HomeOns ontmoetenOnze cliëntenNieuwsColumnsVacatures & StageContact
Fotografenpodium
Bousie Advocaten biedt beginnende fotografen de kans hun werk te presenteren.
lees verder »
Boekeneiland failliet / Boekblad
En weer is er en boekwinkel failliet. Dit keer Boekeneiland in...
lees verder »
Nieuwsbrief oktober 201113-10-2011

Bang & Olufsen luidspreker geen Gemeenschaps vormmerk. Uitleg over de wezenlijke waarde van de waar (Gerecht van eerste aanleg, 6 oktober 2011, Bang & Olufsen vs Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt).
Bang & Olufsen probeert al sinds 2003 om de vorm van haar potloodvormige speaker als Gemeenschapsmerk in te schrijven. Het grote voordeel van een merk is immers de oneindige beschermingsduur, terwijl bescherming op grond van het auteursrecht en het modellenrecht na een bepaalde termijn is afgelopen.  De zaak komt uiteindelijk bij het Gerecht van eerste aanleg (het Gerecht). Het Gerecht overweegt - kort gezegd - als volgt. De vorm van een product kan een merk vormen, mits dit teken (deze vorm) de waren van een onderneming kan onderscheiden van andere ondernemingen. Een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar (het product) geeft wordt als merk geweigerd. 

De ratio hierachter is dat het niet wenselijk is dat een houder van een vormmerk een monopolie krijgt op (gebruiks)kenmerken van een product, waarnaar de consument mogelijkerwijs in de waren van concurrenten zoekt (zoals bijvoorbeeld mooi design), waarbij de merkhouder op grond van haar merk, de andere ondernemingen niet alleen gebruik van dezelfde vorm kan verbieden, maar ook het gebruik van vergelijkbare vormen.  

In deze zaak meent het Gerecht dat het design van de speakers zeer belangrijk is, zelfs indien men ook de andere kenmerken zoals technische kwaliteit van de speakers in aanmerking neemt.  Het design wordt door Bang & Olufsen zelfs een wezenlijk element van haar merkstrategie genoemd. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat in eerste aanleg op goede gronden kon worden geoordeeld dat de vorm waarvoor de merkinschrijving is aangevraagd, los van de overige kenmerken van de speaker (zoals de technische kwaliteit), een wezenlijke waarde aan deze waar (de speaker) geeft.  Dit sluit niet uit dat andere kenmerken ook een belangrijke waarde aan de waar kunnen geven.

Deze uitspraak is interessant omdat het de eerste keer is dat het Gerecht zich over de wezenlijke waarde van de waar uitlaat. 

Anna van Essen (vanessen@bousie.nl)

Het beschermde typetje
De productiemaatschappij CCCP spande een rechtszaak aan tegen Talpa om te voorkomen dat Talpa aan de haal zou gaan met het programma ‘Draadstaal’ (het format, de scripts en typetjes uit het programma). CCCP had namelijk samen met de heren Van Koningsbrugge en Van de Ven ten behoeve van de VPRO het programma ‘Draadstaal’ (van 2007 tot 2009) geproduceerd. Deze succesvolle samenwerking heeft ertoe geleid dat er meerdere succesvolle Draadstaal-typetjes zoals ‘Fred en Ria Onderbuik’ en ‘Joop en Leon in de snackbar’ op televisie tot leven zijn gekomen. Na het stuklopen van deze productieve samenwerking is het duo Van Koningsbrugge en Van de Ven gaan samenwerken met Talpa om het programma ‘Neonletters’ te produceren.  Begin september werd een aflevering van ‘Neonletters’ uitgezonden waarin de Draadstaal-typetjes voorkomen, dit gaat CCCP te ver en zij stapt naar de rechter.

CCCP stelt dat Talpa inbreuk maakt op de aan haar toekomende auteursrechten op het format, de scripts en de typetjes van het televisieprogramma Draadstaal  (ondanks afspraken om dit niet te doen). Talpa stelt kort gezegd dat Van de Ven de typetjes heeft bedacht en samen met Van Koningsbrugge tot leven heeft gewekt. De sketches werden vooraf ‘gescript’ en vervolgens tijdens de opnamen verder uitgewerkt door middel van improvisatie van het duo. Talpa stelt dat de typetjes zonder het duo Van Koningsbrugge en Van de Ven geen waarde vertegenwoordigen en er daardoor voor CCCP geen schade kan bestaan. De rechter is van mening dat er wel auteursrecht rust op de typetjes en dat deze rechten toekomen aan CCCP. Door de typetjes in het programma ‘Neonletters’ te gebruiken wordt daarom inbreuk gemaakt op auteursrechten van CCCP. Overigens wordt de inbreuk op het format en de scripts van ‘Draadstaal’ door Talpa (door onvoldoende onderbouwing) niet door de rechter aangenomen.

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank in Amsterdam heeft Talpa veroordeeld om de inbreuken op de Draadstaal-typetjes te staken en haar verboden deze verder te gebruiken. Daarbij is een flinke dwangsom van € 500.000,-- toegewezen als financiële prikkel tot naleving van dit verbod. De beschermde typetjes die in een programma voorkomen kunnen dus – in het geval dat bijvoorbeeld het format geen bescherming biedt - nog voor voldoende bescherming zorgen om het een concurrent lastig te maken.  Overigens hebben beide partijen tijdens het programma ‘De Wereld Draait Door’, nog gesproken over een mogelijke oplossing van het geschil. Ondanks de toegewezen bescherming zullen de typetjes dus waarschijnlijk nog wel op de televisie te zien blijven.

Maurits Meijboom (meijboom@bousie.nl)

Verlengen of omzetten arbeidsovereenkomst per brief? Opgepast!
In de praktijk gebeurt het vaak. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt voor bepaalde tijd verlengd. Deze omzetting of verlenging gebeurt vaak met een eenvoudig briefje, waarin bijvoorbeeld staat dat alle rechten en plichten die voortvloeien uit voorgaande arbeidsovereenkomsten voor beide partijen blijft bestaan. Dit is vaak voldoende, behalve als er een concurrentiebeding van toepassing is. Artikel 7:653 lid 1 BW vereist dat een concurrentiebeding schriftelijk wordt overeengekomen.  

De kantonrechters, maar ook gerechtshof en Hoge Raad lijken van mening te verschillen over de vraag wanneer voldaan is aan deze schriftelijkheidseis. Een kantonrechter in Eindhoven oordeelde dat een werkgever er niet mee wegkomt door in de opvolgende arbeidsovereenkomst op te nemen dat alle rechten en plichten die voortvloeien uit voorgaande arbeidsovereenkomsten voor beide partijen blijven bestaan. Een nadrukkelijkere verwijzing naar het concurrentiebeding is vereist. De Rechtbank Rotterdam oordeelde precies tegengesteld en gaf aan dat wanneer het gaat om uitsluitend een omzetting van een tijdelijk dienstverband naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en uitdrukkelijk is overeengekomen dat de verlenging inhoudt dat alle arbeidsvoorwaarden worden voortgezet, dat daarmee ook het concurrentiebeding op rechtsgeldige wijze is voortgezet.  

Het Gerechtshof Leeuwarden oordeelde in lijn met de Rechtbank Rotterdam en stelde dat de wijziging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet worden gezien als een voorzienbare aanpassing van de bestaande overeenkomst. In een dergelijk geval blijft, volgens het Hof, het concurrentiebeding in stand tenzij het door de wijziging zwaarder is gaan drukken op de werknemer. Ook de Hoge Raad heeft zich over het schriftelijkheidsvereiste uitgelaten en oordeelde dat pas aan deze eis is voldaan als de werknemer zich schriftelijk akkoord verklaart met de inhoud van de omgezette of verlengde arbeidsovereenkomst terwijl de arbeidsovereenkomst met daarin het concurrentiebeding ook daadwerkelijk als bijlage is bijgevoegd. Ontbreekt de bijlage dan dient de werknemer uitdrukkelijk te verklaren dat hij met het concurrentiebeding instemt. Dit staat haaks op het arrest van het Hof Leeuwarden. 

De rechtspraak is dus verdeeld. Neem daarom het zekere voor het onzekere en laat de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst tekenen op het moment dat er sprake is van omzetting of verlenging van een arbeidsovereenkomst waar een concurrentiebeding in is opgenomen. Een tip hierbij: kijk nog eens goed naar de formulering van het concurrentiebeding op het moment dat de werknemer ook een nieuwe functie krijgt.  

Marie José Spit (spit@bousie.nl)

Geen avondje NAC in het klein. Auteursrecht op een voetbalstadion
Na strijd over vermeende auteursrechten op parfum, achterbankgesprekken en kinetische schema’s, heeft de Arnhemse kort geding rechter onlangs auteursrechtelijke bescherming toegekend aan het ontwerp van het stadion “Rat Verlegh” van de Bredase voetbalclub NAC. Op zichzelf niet zo vreemd als bedacht wordt dat onze Auteurswet expliciet bescherming toekent aan (architectonische) bouwwerken. Niettemin moet de rechter dan wel altijd nog zelf toetsen of het bouwwerk in kwestie een eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Anders gezegd: de rechter moet nagaan of het bouwwerk het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus creatieve keuzes en qua (esthetische) vormgeving in voldoende mate afstand neemt van het uiterlijk van eerder ontworpen werken. Vormgevingselementen van (louter) functionele of technische aard tellen daarbij niet mee. 

In dit geval werd het ontwerp van het stadion van NAC getoetst aan het uiterlijk van andere reeds bestaande stadions. Deze analyse begint met het opsommen van de wezenlijke en karakteristieke vormgevingselementen van het stadion van NAC. Volgens de rechter bepalen het uiterlijk van de binnen- en buitenzijden van de vier hoektorens van het stadion, de drie uit de gevel uitspringende bolvormige zijden aan de buitenkant van het stadion als ook de combinatie van de witte overkapping met de ondersteunende lichtgroene vakwerkspanten, het oorspronkelijke karakter van het ontwerp van het voetbalstadion. Vervolgens toetst de rechter deze wezenlijke kenmerken aan het uiterlijk van andere reeds bestaande stadions, aan de hand van door de gedaagde partij in het geding gebrachte foto’s. De rechter oordeelt dat hieruit niet kan worden afgeleid dat de genoemde auteursrechtelijk beschermde trekken van het stadion van NAC ontleend zouden zijn aan het uiterlijk van deze andere stadions. Als laatste beschrijft de rechter een aantal “bijkomende” details van het stadion van NAC die de auteursrechtelijke bescherming van het ontwerp van het stadion onderstrepen, zoals de indeling van de uit de gevel uitspringende, bolvormige voor- en achterzijden van het stadion en de twee tegen een lichtgrijze achtergrond op de “platte” zijde van de buitenkant van het stadion aangebrachte Andreaskruizen. 

In de procedure kwam vervolgens de vraag aan de orde of het op de markt brengen van miniatuurmodellen van het “Rat Verlegh” stadion (met en zonder dak) zonder toestemming van de rechthebbende, inbreukmakend is. Volgens de rechter wel. De miniatuurmodellen van het stadion roepen – hoewel wat meer gedrongen - visueel dezelfde totaalindruk op en hebben ook alle eerder genoemde kenmerken van het stadion van NAC in zich. Dat als gevolg van de verkleining niet alle verhoudingen en details kloppen, maakt dit niet anders. De rechter overweegt daarbij dat nu de voornaamste doelgroep van de miniatuurmodellen uit fans van NAC zal bestaan, deze miniatuurstadions ook als zodanig herkenbaar moeten zijn en dus min of meer een natuurgetrouwe weergave vormen van het ontwerp van het stadion van NAC. Daarmee zijn de miniatuurmodellen als reproducties van het oorspronkelijke ontwerp aan te merken en maakt gedaagde inbreuk op het daarop rustende auteursrecht door deze modellen zonder toestemming op de markt te brengen. 

Geen “avondje NAC” in het klein dus!                 

Bjorn Schipper (schipper@bousie.nl)

Registratieplicht voor videodiensten op aanvraag
Vanaf 1 november 2011 zijn de beleidsregels van kracht die nader invullen wanneer er sprake is van een commerciële videodiensten op aanvraag, die onder het toezicht vallen van het Commissariaat voor de Media. 

Voorbeelden van mediadiensten op aanvraag zijn: diensten voor het later terugkijken van televisieprogramma’s, video-on-demand diensten die langs elektronische weg films aanbieden en websites die gericht zijn op het aanbieden van nieuwsvideo’s. Een dienst die video’s online te koop aanbiedt maar de videobeelden enkel verspreidt door middel van het toesturen van een fysieke gegevensdrager (bijvoorbeeld een DVD) is geen videodienst op aanvraag die valt onder het toezicht van het Commissariaat voor de Media.
 

Als een dienst op grond van de Mediawet onder het mediawettelijk toezicht valt, dan moet de aanbieder bepaalde regels voor reclame, sponsoring en productplaatsing in acht nemen. Bovendien zullen media-instellingen die commerciële videodiensten op aanvraag verzorgen, jaarlijks voor elke mediadienst een vast bedrag verschuldigd zijn aan het Commissariaat voor de Media.
 Deze nieuwe regeling is van toepassing op diensten die voldoen aan volgende criteria:
·         de video’s worden aangeboden via een catalogus;
·         het aanbieden van video’s is het hoofddoel van de dienst;
·         de keuze van de video’s en de organisatie ervan (de selectie van het aanbod in de catalogus en 
       de wijze van presentatie) valt onder de redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder van
       de dienst;
·         de dienst heeft een massamediaal karakter: richt zich op het algemene publiek of delen daarvan;
·         de dienst is als een economische dienst te beschouwen. 

Voor aanbieders van videodiensten die aan bovenstaande vijf criteria voldoen, geldt een registratieplicht: zij dienen zich binnen twee weken na 1 november 2011 bij het Commissariaat voor de Media aan te melden. Ook reeds bestaande aanbieders dienen zich aan te melden. Van de betreffende videodiensten wordt op basis van de Mediawet met name verwacht dat zij in hun video’s commercie en redactionele inhoud duidelijk van elkaar scheiden. Ook mogen nieuws, actualiteiten en politieke informatie niet worden gesponsord. Aanbieders die zich niet bij het Commissariaat laten registreren, riskeren een boete.
 

Alexander Alff (alff@bousie.nl)