HomeOns ontmoetenOnze cliëntenNieuwsColumnsVacatures & StageContact
Fotografenpodium
Bousie Advocaten biedt beginnende fotografen de kans hun werk te presenteren.
lees verder »
Boekeneiland failliet / Boekblad
En weer is er en boekwinkel failliet. Dit keer Boekeneiland in...
lees verder »
Nieuwsbrief juli 201119-07-2011

Ebook
Eerst even juridisch. Een boek mag je niet kopiëren (althans niet in z’n geheel), een CD en een DVD wel. Een muziek of film download mag je wel kopiëren en over het ebook valt te twisten. Dat is natuurlijk een beetje raar, maar in de wereld van het boek is wel meer afwijkend. Boeken hebben een vaste prijs, maar alleen als ze van papier zijn gemaakt, vaste prijzen voor ebooks leiden tot een bezoekje van de NMa. Boeken hebben een 6% BTW-tarief, behalve ebooks, die koop je gewoon tegen 19% (jajaja, als je ze al koopt). Voor sommige boeken vormt de ebook-variant een zee van mogelijkheden. Dat geldt voor de zogenaamde non-fictie boeken. Kookboeken met doorlinks naar recepten, naar restaurants, naar websites van beroemde koks, naar retailers, naar fabrikanten, naar keukenwinkels etc etc…. Reisgidsen met een nog veel groter arsenaal aan potentiële doorverwijzingen, al dan niet mobiel. Dat soort uitgaven kan veel rijker worden als je ze als ebook uitgeeft.

Mijn punt geldt eigenlijk voor schrijvers van fictie. Literatuur en thrillers en zo. Bij een boek van laten we zeggen Harry Mulisch, of  een andere literaire grootheid, gaat het om de fantasie die een lezer heeft bij het boek. Het biedt dus geen meerwaarde om toegang naar een filmpje te bieden. Je wordt er ook niet wijzer van als je midden in een roman opeens kan doorlinken naar een receptenwijzer of een aanbieder van tuinmeubilair. Het lezen van een boek is iets tussen schrijver (via het boek) en lezer, daar komt het liefst niemand tussen, het gaat om de wereld die wordt opgeroepen en de zinnen waarmee dat gebeurt. Als aanbieden van literatuur als ebook leidt tot een ongebreidelde kopieerdrift bij de lezer (en ik zie geen reden waarom dat niet zo zou zijn), dan geloof ik dat dit soort uitgevers er wijs aan doen hun boeken helemaal niet als ebook uit te geven. Dat klinkt als niet met je tijd mee gaan, maar bij sommige varianten van vooruitgang kun je beter op zoek naar de achteruitgang. 

Hans Bousie (bousie@bousie.nl)

Roger Sanchez vs Unmanageable Artists
Grammy Award winnaar DJ Roger Sanchez bedacht op een dag dat hij zijn samenwerking met zijn management Unmanageable Artists en zijn boekingskantoor The Syndicate Agency per direct wilde stopzetten. Zijn manager en boekingsagent, verenigd in een persoon (hierna: “UA”), deden nog een poging om de afwikkeling op een ordentelijke manier te laten verlopen, maar Sanchez wees dat van de hand en koos er voor om een rechtszaak te starten omdat hij meende tonnen op UA te vorderen te hebben. Uiteraard ging dit alles gepaard met veel bombarie waaronder het platleggen van alle denkbare bankrekeningen en het laten beslagleggen op aandelen en onroerend goed. Hoe goed bedoeld UA de kwestie in der minne probeerde te regelen, een rechtszaak was onvermijdbaar. Bousie advocaten verdedigde daarbij de belangen van UA en bracht een aantal aanzienlijke tegenvorderingen in.

UA bracht onder meer naar voren dat Sanchez door geen opzegtermijn in acht te nemen schadeplichtig was. De mondeling overeengekomen artiesten-managementrelatie is immers een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd en om die rechtsgeldig te mogen beëindigen is een redelijke opzegtermijn vereist. Door zonder die termijn en zonder reden deze relatie te verbreken was Sanchez schadeplichtig.

Het zelfde gold volgens UA voor het per direct beëindigen van de boekingsovereenkomst, zij het met een andere juridische grondslag, namelijk de figuur van de agentuur. Op basis van de wettelijke regeling aangaande agentuurovereenkomsten bepleitten wij voor UA dat het tegen beloning ten behoeve van Sanchez bemiddelen van optreedovereenkomsten met derden gezien moest worden als een mondeling aangegane agentuurovereenkomst, zodat de in de wet verankerde opzegtermijn in acht moest worden genomen. Doordat dit niet had plaatsgevonden was Sanchez ook hierom schadeplichtig (ten opzichte van Syndicate). Daarnaast bepleitten wij voor Syndicate dat Sanchez een klantenvergoeding moest betalen omdat de wettelijke regeling aangaande agentuur dit nu eenmaal bepaalt.

Per eindvonnis van 25 mei 2011 wees de Rechtbank Amsterdam een zeer helder vonnis waarbij de rechter UA op de door haar naar voren gebrachte punten volledig in het gelijk stelde. Per saldo komt het er op neer dat Sanchez tonnen aan UA moet betalen vanwege het niet in acht nemen van een opzegtermijn en vanwege de verschuldigde klantenvergoeding. Uiteraard gaat een scheiding als de onderhavige over meer dan alleen het hierboven besprokene. Om dat te weten te komen verwijs ik naar het vonnis dat is te lezen op http://www.boek9.nl/berichten/geen-redelijke-opzegtermijn.

Rob van Dongen (vandongen@bousie.nl)

Security en social networking
Je kunt security vanuit verschillende gezichtspunten benaderen. Er is het perspectief van de overheid, het perspectief van  de leverancier van een (social networking)dienst en er is het perspectief van de gebruiker. Gek genoeg is dat laatste perspectief in veel publicaties relatief onderbelicht. Het gaat vaak over wat de overheid wel en niet mag doen om bepaalde gegevens te verkrijgen, of het gaat over hoe de verschillende social networking diensten zelf omgaan met de privacy van hun gebruikers. Bij de bescherming van persoonlijke gegevens tegen ongewenst gebruik gaat het echter veelal om bescherming van gegevens die je zelf hebt verstrekt. De rol van de gebruiker zelf is daarom juist een zeer belangrijke. 

Een bekend security devies is: “Trust no-one”. Ik zou daaraan willen toevoegen: vooral jezelf niet. Je eigen doen en nalaten vormen vaak de zwakste schakels in de bescherming van je privacy op sociale netwerken. Daarom hieronder als slot nog een heel praktisch exposé: Hoe kun je je goed beschermen en aan welke risico’s moet je denken bij het gebruik van sociale netwerken? Ik heb het daarbij niet over de mogelijke gevolgen van ongewenst uitlekken van informatie of wachtwoorden etc., maar puur over het zoveel mogelijk voorkomen van nare gevolgen. 

Bescherm je login
Het eerste waar je aan denkt bij de bescherming van je account bij een social netowrk is het authenticatie proces. Dat is het proces waarbij gecontroleerd wordt of jij het bent die inlogt. Dat geschiedt in veel gevallen door de controle van de combinatie van loginnaam en wachtwoord. Een dergelijke proces van authenticatie noemen we “one factor authenticatie” je logt immers enkel in door controle van één ding: iets wat je “weet”. Veel bancaire diensten gebruiken echter multi factor  authenticatie. Denk bijvoorbeeld aan sms op je telefoon als je inlogt bij je bank, of het gebruik van dongles etc. Je maakt dan gebruik van een login/password combinatie (iets dat je weet) en van bijvoorbeeld een ontvangen sms op je telefoon, of een code gegenereerd door een dongel (iets wat je hebt). Uiteraard geldt hoe meer “factors” hoe veiliger, en jammer genoeg geldt tegelijkertijd: hoe meer factors hoe minder gebruiksvriendelijk.  

Sommige social networking sites zijn begonnen met Multi level authenticatie. Bijvoorbeeld Google. Maar dergelijke initiatieven in de wereld van de social networks  zijn nog een zeldzaamheid. Juist omdat gebruiksvriendelijkheid een groot goed is bij social networking. 

Het kiezen van een goed wachtwoord is van groot belang. Vooral als er geen multilevel authenticatie is. Het gebruik van een password manager die sterke wachtwoorden genereert kan handig zijn. Ook zijn er verschillende dongles die automatisch een enorm ingewikkeld password kunnen genereren. Bedenk je dat de meeste hacks voortkomen uit ofwel social engineering, ofwel het gokken van zwakke wachtwoorden. Paris Hiltons account was gehackt omdat zij als wachtwoord de naam van haar hondje gebruikte. 

Versleutelen
Informatie moet uiteraard veilig opgeborgen zijn. Dat gebeurt bij netwerk sites in een beveiligde database. Daar vertrouwen we op. Wat veel mensen echter vergeten is dat de informatie die je deelt met de door jouw vertrouwde site onderweg van je input device naar de website ook gelezen kan worden. Iedereen die op hetzelfde netwerk als jij zit (open wifi, of een bedrijfsnetwerk) kan alles zien wat je intoetst. Bijvoorbeeld je login/wachtwoord. Om het verkeer van en naar een site te beveiligen is het zogenaamde SSL uitgevonden. Door gebruik te maken van SSL (of zijn opvolger TSL) wordt alle communicatie tussen de indiener van de informatie en de server vanaf het invoerapparaat tot de server versleuteld. Onderweg valt er dus niets te lezen door onbevoegden. De betreffende server dient dit natuurlijk wel te ondersteunen. Dit kun je gelukkig erg eenvoudig controleren. Als bij het bezoek aan een site in de adresbalk https:// staat in plaats van http:// zit je in principe goed. Je kijkt dan naar een pagina die versleuteld is. 

Helaas is die implementatie van deze service helaas niet altijd even robuust. Zo gold bij Gmail lange tijd dat weliswaar de pagina met je mail versleuteld was, maar je wachtwoord werd  gewoon “in the  clear” verzonden. Niet zo veilig dus. Het goede nieuws is dat  Facebook en Twitter inmiddels wel de mogelijkheid van een beveiligde verbinding bieden. Hoewel je bij beide sites nog wel expliciet moet aangeven dat je hier gebruik van wilt maken. Besef je goed dat lang niet alle “third party” applicaties die men gebruikt voor Twitter/Facebook/Linkedin etc. ook gebruik maken van deze beveiligde verbindingen. 

Vergeten gegevens
Er zijn natuurlijk vele social networking sites. Veel mensen hebben zich aangemeld bij meerdere sites. Dat is natuurlijk prima, maar hoe houd je bij wat voor informatie bij niet meer door jou gebruikte sites aanwezig zijn? Wat gebeurt er met je gegevens als dergelijke sites in andere handen overgaan, aan hun lot worden overgelaten? Het wissen van accounts bij sites die je niet meer gebruikt is daarom raadzaam. 

Evenzo geldt dat er een risico schuilt in het vergeten welke third party apps je hebt uitgeprobeerd voor bijvoorbeeld Twitter. Je moet bij Twitter aangeven welke third party apps geautoriseerd zijn om je login te gebruiken. Als je deze apps na een tijdje niet meer gebruikt is het raadzaam deze autorisatie terug te trekken. Bij Twitter kun je eenvoudig de autorisatie intrekken. 

Backdoors en rechterlijke machtigingen
De informatie op social networdking sites kan interessante informatie zijn voor overheden. In sommige gevallen gaan overheidsinstanties er toe over om deze informatie op te vragen bij het betreffende social network. Zie bijvoorbeeld de controverse over het opvragen van de privé berichten van de personen van wie vermoed wordt dat zij betrokken waren bij Wikileaks. 

Los van deze mogelijkheid denken sommige Privacy voorvechters dat veel aanbieders van communicatiediensten een zogenaamde “backdoor” hebben. Hiermee wordt bedoeld dat een overheid zelf toegang heeft tot gegevens die op de server van de social networking site staat. Het schoolvoorbeeld hierbij is Blackberry dat zich er juist altijd op heeft laten voorstaan dat de communicatie juist zo veilig is, omdat zelfs RIM, het moederbedrijf van Blackberry de sleutel niet heeft, en dus zelfs voor haar de informatie  van haar gebruikers versleuteld blijft. Dat was ook precies de reden dat India en enkele landen in het Midden Oosten overwogen om het gebruik van Blackberry’s te verbieden. De overheden zouden dan immers geen toezicht kunnen hebben op de communicatie via Blackberry, terwijl zij gewoon telefoon verkeer wel kunnen aftappen. Het feit dat Blackberry’s na onderhandelingen tussen RIM en deze overheden alsnog zijn toegestaan, wekt in ieder geval de schijn dat de communicatie via Blackberry’s niet helemaal verborgen blijft voor overheden. 

Controle door overheden zal echter voor het gebruik van social media in de entertainment branche geen halszaak zijn. Hoewel sex, drugs and rock & roll in de entertainment branche natuurlijk altijd belangrijk blijven, zal men het op social networking sites toch vooral over de rock & roll hebben. 

Gaico Bos (bos@bousie.nl)

Zoeken met merken
U kent het vast wel, u bent op zoek naar een website of naar informatie over een bedrijf of product en u besluit daarbij de hulp van Google (of een andere vergelijkbare zoekmachine, maar voor het gemak wordt hierna Google als voorbeeld gebruikt) in te schakelen. Nadat u de meest passende zoekterm invoert, laat Google haar spinnen op het wereld wijde web zoeken naar webpagina’s waarop de betreffende zoekterm wordt gebruikt. De gevonden webpagina’s worden vervolgens op volgorde van relevantie vertoond in een lijst van zogenaamde “normale resultaten”. Voor de internetgebruiker is de zoekterm dus cruciaal bij het vinden van de juiste informatie.

Ook voor bedrijven is de zoekterm uitermate nuttig. Immers, bij het invoeren van de juiste zoekterm worden internetgebruikers naar de webpagina van het bedrijf geleid. Om hiervan optimaal gebruik te maken, kunnen bedrijven bepaalde zoektermen ook als “adword” kopen. Als een internetgebruiker de betreffende zoekterm dan bij Google invoert, verschijnt in een apart kader boven en/of rechts naast de lijst met de normale resultaten onder het kopje “advertenties” een link naar de webpagina van de adverteerder. Bij de link wordt ook een korte advertentietekst vertoond.

Maar hoe verhoudt dit gebruik van zoektermen zich nu tot beschermde merken? Stel, u heeft een beschermd, want geregistreerd merk waaronder u uw producten aanbiedt. Dan is het natuurlijk niet wenselijk dat een concurrent uw merk als adword koopt. Immers, als internetgebruikers in dat geval uw merk invoeren, komen zij bij uw concurrent terecht. In feite gebruikt uw concurrent dus uw merk om daarmee naar haar eigen producten te verwijzen. Is dit op basis van de huidige merkenrechtelijke wet- en regelgeving nu zomaar toegestaan? 

Deze vraag werd in een aantal Europese uitspraken uitvoerig behandeld (waaronder HvJ EU C-236/08 t/m C-238/08, 23 maart 2010, Google France; Advocaat Generaal Jaäskinen,C-323/09, 24 maart 2011, Interflora etc.). Kort samengevat komen deze uitspraken er op neer dat het gebruik van andermans merk als adword op zichzelf niet verboden is op grond van merkenrechtelijke wet- en regelgeving. Alleen onder bepaalde voorwaarden kan een merkhouder verbieden dat zijn merk door derden als adword wordt gebruikt.

Allereerst kan een merkhouder het gebruik van zijn merk als adword verbieden als de adverteerder het merk gebruikt als adword om daarmee imitaties van de producten van de merkhouder aan te bieden. Daarnaast kan een merkhouder het gebruik verbieden als “de advertentie de indruk wekt dat een economische band bestaat tussen de merkhouder en de adverteerder”, terwijl dit niet het geval is. Maar bovendien kan de merkhouder optreden als de advertentie waarnaar de Adword verwijst “zo vaag is dat de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker op basis van de advertentielink en de daaraan gekoppelde reclameboodschap niet kan weten of de adverteerder al dan niet een economische band heeft met de merkhouder”.

Het is dus in beginsel toegestaan om, behoudens het geval waarin imitaties worden aangeboden, het merk van een ander te gebruiken als adword, tenzij het de normaal oplettende internetgebruikers moeilijk wordt gemaakt om aan de hand van de advertentie te kunnen bepalen of de advertentie van de merkhouder of een derde afkomstig is. Omdat de advertentie die aan een adword gekoppeld is echter meestal kort en bondig is, zal er vaak geen ruimte zijn daarin aan de internetgebruiker duidelijk te maken dat de advertentie niet van de merkhouder afkomstig is. Hierdoor zal het gebruik van een beschermd merk als adword, hoewel in beginsel toegestaan, vaak een merkinbreuk opleveren en daardoor toch verboden kunnen worden.

Kortom, als een concurrent uw beschermde merk als “adword” gebruikt, hangt het maar net van de advertentietekst af of u hier als merkhouder tegen op kan treden.  

Sophie Besselink (besselink@bousie.nl)

Werkgever 't haasje...
De kantonrechter Utrecht heeft geoordeeld dat aan een werknemer een billijke vergoeding toekomt naast een in de arbeidsovereenkomst overeengekomen exitregeling.

De kwestie was als volgt. In de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever was onder andere een bonusregeling en een exitregeling opgenomen. De exitregeling was van toepassing bij iedere vorm van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Begin mei 2009 is er tussen partijen een verschil van mening ontstaan over (een wijziging van) beide regelingen. Werknemer meldde zich uiteindelijk in verband met het ontstane conflict op 22 mei 2009 ziek. Omdat werknemer geen vertrouwen meer had in een vruchtbare samenwerking, stelde hij voor om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Werkgever voelde echter niets voor een grote afkoopsom en ging dwarsliggen. Intussen meldde werkgever werknemer weer beter en stelde hem voor de duur van een te volgen mediationtraject op non-actief. Toen werknemer in augustus 2009 op het werk werd verwacht, heeft hij zich opnieuw ziek gemeld. Werkgever vatte dit op als werkweigering en staakte de loonbetaling. Werknemer verzocht vervolgens de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden, onder toekenning van een ontbindingsvergoeding, naast de exitregeling. Wegens de verstoorde arbeidsrelatie ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. De kern van het geschil betrof vervolgens uitsluitend de vraag of werknemer - naast de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen exitregeling - aanspraak kon maken op een billijkheidsvergoeding.

De Hoge Raad had al in het Blakbornarrest (2004) geoordeeld dat indien in een ontbindingsprocedure een beroep wordt gedaan op een tussen partijen op voorhand overeengekomen afvloeiingsregeling, de rechter die regeling bij zijn oordeel over de toe te kennen billijkheidsvergoeding dient te betrekken. Dit betekent niet dat aan de vrijheid van de rechter om bij de ontbinding een vergoeding toe te kennen, afbreuk wordt gedaan. De op voorhand overeengekomen afvloeiingsregeling kan vervolgens in een afzonderlijke procedure worden gevorderd. De kantonrechter moet er in de ontbindingsprocedure vanuit gaan dat de op voorhand overeengekomen afvloeiingsregeling zal worden nagekomen. Meestal zal de kantonrechter bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsvergoeding wel rekening houden met de contractuele afvloeiingsregeling. Bij het bepalen van de hoogte van een eventuele vergoeding is de kantonrechter niet gebonden aan regels. De kantonrechter kan de hoogte van de ontbindingsvergoeding vaststellen “zo hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt”.

In de onderhavige uitspraak achtte de kantonrechter het billijk om de werknemer naast de vooraf overeengekomen exitregeling een ontbindingsvergoeding toe te kennen. Vooral het eenzijdig door de werkgever genomen besluit ten aanzien van de bonusregeling werd de werkgever verweten. De kantonrechter wees hiervoor een bedrag van € 25.000,- bruto toe.

Houdt de kantonrechter géén rekening met een contractuele afvloeiingsregeling, omdat hij daarmee niet bekend was, dan dient de rechter die in een latere procedure moet oordelen over de nakoming van die afvloeiingsregeling, de toegekende ontbindingsvergoeding in zijn beschouwingen te betrekken. De werkgever zal dan moeten aantonen dat nakoming van de contractuele afvloeiingsregeling onaanvaardbaar is.

Floriëlle Verweij (verweij@bousie.nl)