| Nieuwsbrief januari 2012 | 19 januari 2012 |
| Krimp is goed |
Iedereen weet dat oudere mensen vanzelf krimpen. Ok, hun neuzen (shit) en hun oren blijven groeien, maar per saldo worden ze kleiner. Eerst passen al die onderdelen in pakweg 1 meter 80, vervolgens moet het allemaal in 1 meter 70 gepropt worden. Nu zal niemand het oude mensen verwijten dat ze krimpen. Het is een fact of life namelijk. Los van het feit dat oude mensen op zichzelf natuurlijk wel losers zijn,dat weet iedereen, is deze krimp niet fout.
Moeten we de krimpende boekenomzet vergelijken met krimpende kleding of met oude mensen? Is hier sprake van goede of foute krimp? Krimp is relatief. Krimpende kleding is alleen maar fout als je zelf even groot blijft. Als je dus een ouder wordend mens combineert met een krimpend shirtje, dan doe je het zo slecht nog niet. Doe je een van de twee, dan wordt het lastig. Iemand die niet ouder wordt heeft last van een krimpend kledingstuk. Iemand die wel ouder wordt heeft daarentegen last van een kledingstuk dat even groot blijft. Bent u er nog? Krimp is dus slechts fout als de overige bestanddelen gelijk blijven.
Dan gaan we nu even naar de krimp van de boekenbranche. Maar liefst 5% gekrompen over het afgelopen jaar. In 2011 is er voor 534 miljoen euro aan boeken verkocht, een krimp van 5% ten opzichte van 2010. We weten allemaal voor wie dit soort cijfers een drama zijn. Voor Boekhandel Edel (sluiting van 10 filialen). Voor Boekhandel Selexyz waarvan iedereen voortdurend roept dat ze sluiten (maar die en passant door het rijke WPG gaan worden overgenomen).
Maar geloof me, een krimp van deze orde is alleen maar slecht voor de gevestigde orde. Als je gewend bent in je bedrijf een omzet van een miljoen te draaien en die zakt in een jaar tijd naar 950.000,--, dan word je licht zenuwachtig. Doet deze daling zich vijf jaar achter elkaar voor, en zak je van 1 miljoen naar 780.000 dan wordt het al serieus. Je organisatie blijft immers even groot maar je cijfers zakken in. Maar stel je bent een nieuwkomer en je zet een businessmodel op papier waarmee je in je eerste jaar 780.000 omzet kunt draaien….Wauw….780.000 euro in het eerste jaar….Denk daar eens even over door. Je kunt met papieren boeken dit bedrag aan omzet draaien en je weet als je de markt kent dat de groei slechts kan komen uit verkoop via het internet of verkoop van digitale boeken. Dan richt je dus een organisatie in die volledig is toegerust op digitale groei en ondertussen breeduit profiteert van de bestaande fysieke handel. Een geweldig model.
Behoort u lezer tot de gevestigde orde? Dan heb ik hier uw gouden businessmodel. Sluit uw ogen en stelt u zich voor dat uw bestaande bedrijf niet bestaat. Bedenk dan wat u kunt en wie u kent en denk daar een nieuwe bedrijf omheen. Bedenk dat u met een dergelijk bedrijf zo maar substantieel omzet kunt maken en doe dan uw ogen weer open. Neem afscheid van het oude en ga aan de slag met het nieuwe. Ik wens u goede zaken voor het nieuwe jaar.
Hans Bousie (bousie@bousie.nl)
| Illegale downloadlijst |
Een IP-adres is een unieke nummer dat in internetverkeer gebruikt wordt om pakketjes informatie te verzenden. Elke internet aansluiting heeft een eigen IP-adres. Dat IP-adres kan vervolgens weliswaar weer gedeeld worden door verschillende computers doormiddel van bijvoorbeeld een router, maar een website, of een torrent tracker, houdt in principe alleen rekening met het specifieke publieke IP-adres. Zonder IP-adres kun je eigenlijk niet communiceren op internet. Sterker nog, zonder IP-adres kun je geen pakketjes informatie ontvangen en versturen.
Stel nou dat je de IP-adressen van bijvoorbeeld BUMA in Nederland weet. Dan zou je op deze website deze IP-adressen kunnen invullen en kijken of er bijvoorbeeld door BUMA torrents zijn gedownload. Dat zou leuk zijn toch? Precies dat heeft onlangs de website Geenstelijk.nl gedaan. Wat bleek? Youhavedownloaded.com laat keurig zijn dat er vanaf IP-adressen die gebruikt worden door BUMA auteursrechtelijk beschermd materiaal is gedownload. Omdat je bij bittorrent in principe alleen kunt downloaden als je ook uploadt, zou je kunnen zeggend at BUMA dus op illegaal wijze auteursrechtelijk bescherm materiaal heeft gedeeld. En dat mag niet.
Nog leuker wordt het als je na alle ophef over wetsvoorstellen over downloadverboden IP-adressen van de Tweede Kamer invult op de website. Ook dat is inmiddels gedaan door journalisten van Nu.nl. Wat bleek, ook vanaf IP-adressen die zouden toebehoren aan de Tweede Kamer zijn volgens Youhavedownloaded.com torrents gedownload (en dus geupload).
Dat (zonder toestemming) downloaden wijdverbreid is was al een tijdje bekend. Dat is niet heel erg groot nieuws. Dat torrents gedownload worden vanaf de werkplek is dat ook niet echt. Tweede Kamer zou eigenlijk een afspiegeling van de samenleving moeten zijn, dus dat er daar gedownload wordt is ook niet heel erg vreemd. Wat vooral frappant is, is de inhoud van de reacties van enerzijds de Buma, en anderzijds de Tweede Kamer.
Eerst even de BUMA. Buma beweerde in een eerste reactie doodleuk dat hun IP-adressen zijn “gespoofed”. Dat is nogal een potsierlijke statement. IP-adressen spoofen is bijna onmogelijk. Internet verkeer wordt geleid naar IP-adressen via een systeem van DNS-servers en internet providers. De enige manier om een IP-adres te spoofen is door in dit systeem wijzigingen aan te brengen. Dat dat bij BUMA zou zijn gebeurd is niet erg waarschijnlijk. Dat begreep BUMA gelukkig later ook al snel werd de verklaring ingetrokken.
Dan de Tweede Kamer. De Tweede Kamer meldde dat de IP-adressen in kwestie weliswaar geregistreerd staan als behorende bij de Tweede Kamer, maar niet als zodanig gebruikt worden. Naar blijkt is de database van gebruikers van IP-adressen niet geüpdate in bepaalde gevallen. De officiële database van IP-adressen loopt in dit geval al 10 jaar achter.
Het grappige is dat het verweer van beide instanties eigenlijk op neer komt op het feit dat een IP-adres geen betrouwbaar indicator is. Laat dat nou precies het argument van torrent-downloaders tegen acties van de Buma en Brein zijn, en ook het argument van tegenstanders van het downloadverbod.
Gaico Bos (bos@bousie.nl)
| Auteursrecht op het interieurontwerp van een restaurant |
De in Amsterdam gevestigde architecten/ontwerpers van het nationaal en internationaal gerenommeerde bureau Concrete stonden lijnrecht tegenover het in Rotterdam gevestigde Italiaanse restaurant Happy Italy. Het toonaangevende Concrete – in de prijzen gevallen op het gebied van design voor o.a. innovatie, technologie en grafisch ontwerp - stelde dat het interieur van het in juli 2011 geopende Happy Italy een inbreukmakende kopie was van haar in 2010 ontworpen interieur van het Italiaanse restaurant Mazzo in Amsterdam.
De rechter moest daarbij eerst vaststellen of het interieurontwerp van de Mazzo wel aan de drempel voor auteursrechtelijke bescherming voldoet, en zo ja, op welke onderdelen van het interieur deze bescherming dan toeziet. Juist bij een veelomvattend object als “het interieur” is het belangrijk dat concrete onderdelen daarvan benoemd worden als zijnde beschermd of niet. Het blijft anders te vaag met als gevolg dat rechtsonzekerheid kan ontstaan rondom de omvang van de eventuele bescherming. Wat mag wel worden overgenomen in een ander ontwerp, en wat niet? Een interieurontwerper die zich wenst te beroepen op het auteursrecht op zijn interieurontwerp moet zich voorafgaand aan een juridische actie altijd afvragen op welke aanwijsbare ontwerpelementen bescherming kan rusten. Kortom, welke specifieke onderdelen uit de vormgeving zijn in zodanige mate oorspronkelijk en “eigen” dat gezegd kan worden dat afstand is genomen van alles wat al eens eerder ontworpen is? Gaat een interieurontwerper voor een “schot hagel” en probeert hij zomaar alles te claimen zonder zichzelf af te vragen of bepaalde elementen wel voldoende “eigen” zijn, zou hij de deksel op de neus kunnen krijgen als de rechter juist daardoor aan het twijfelen wordt gebracht of het interieur überhaupt wel beschermingswaardig is.
Aan een interieurontwerp als zodanig kan onze Auteurswet bescherming toekennen nu de categorie “(architectonische) bouwwerken” expliciet in de wet genoemd wordt. Daarvoor is dan wel nodig dat zo’n bouwwerk in voldoende mate een eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Het interieurontwerp moet daarvoor het resultaat van scheppende menselijke arbeid zijn, waarbij creatieve keuzes zijn gemaakt en waarbij de (esthetische) vormgeving voldoende verschilt van het reeds bestaande.
De rechter oordeelt dat de vormgeving van het interieurontwerp van restaurant Mazzo zoals ontworpen door Concrete in zijn geheel voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Dat het interieur ook onbeschermde stijlelementen bevat als “Italiaans” en “industrieel” doet hier volgens de rechter niets aan af. De rechter oordeelt dat het juist gaat om de unieke combinatie van alle elementen gezamenlijk die maken dat het interieur van Mazzo “robuust, eerlijk en puur” overkomt. Buiten de bescherming vallen de door Concrete gebruikte meubels zoals de muurbedekkende vakkenkast en de indeling daarvan, de hoge bartafels en de vakkenkast bij de barafscheiding, aldus de rechter.
Bij de vraag of het interieur van restaurant Happy Italy inbreuk maakt op het auteursrecht van Concrete op haar ontwerp voor Mazzo analyseert de rechter beide interieurontwerpen. Zowel in detail als in hun geheel. De rechter oordeelt dat het restaurantgedeelte van Happy Italy aan de rechterzijde bij binnenkomst zo op het eerste gezicht qua totaalindruk sterk lijkt op dat van Mazzo in zijn geheel, maar dat de overige gedeelten van het interieur van Happy Italy juist niet op dat van Mazzo zouden lijken, althans niet in voldoende mate. Hoewel er dus sprake is van overeenstemmende totaalindrukken indien een specifiek gedeelte van Happy Italy vergeleken wordt met het gehele ontwerp van Mazzo, acht de rechter dit onvoldoende om van auteursrechtinbreuk te kunnen spreken. De rechter neemt daarbij in overweging dat het merendeel van de overige specifieke elementen uit het interieurontwerp van Mazzo niet herkenbaar terugkeren in het ontwerp van Happy Italy en dat voor wat betreft de overname van beschermde vormgevingselementen geen sprake zou zijn van bewuste of onbewuste ontlening door Happy Italy. Ook zou door tijdsverloop van een aantal maanden de omvang van de auteursrechtelijke bescherming van het Mazzo interieurontwerp van Concrete als geheel kleiner zijn geworden.
Met name de motivering van het waarom er ondanks een bepaalde overeenstemming tussen de twee interieurontwerpen geen sprake zou zijn van inbreuk op auteursrechten, is naar mijn mening discutabel. Overname van één (!) of meerdere karakteristieke trekken uit vormgeving kan namelijk al een inbreuk opleveren. Dat een toonaangevend ontwerpbureau als Concrete met haar interieurontwerp aandacht trekt binnen het designwereldje staat voor mij ook vast. De ontwerper achter Happy Italy moet welhaast kennis hebben genomen van publicaties in bijvoorbeeld woonbladen over “de nieuwe Mazzo”, en zich hierdoor hebben laten inspireren. En dat een beschermingswaardig ontwerp binnen enkele maanden minder bescherming zou genieten omdat het verworden is tot een “stijl” staat haaks op talloze eerdere uitspraken van (hogere) rechters waarbij dit nu juist niet mogelijk werd geacht.
Al met al zuur voor trendsetter Concrete. Eerst bescherming binnen gehaald op het gehele interieurontwerp, (gedeeltelijke) gelijkenis aangetoond, en uiteindelijk toch met lege handen komen te staan. Wie weet is het laatste woord over deze zaak nog niet gezegd.
Bjorn Schipper (schipper@bousie.nl)
| Arbeidsrecht: wijzigingen per 1 januari 2012 |
- Langdurig zieke werknemers hebben per 1 januari 2012 recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als werknemers die niet ziek zijn. Dit is een verschil met de eerdere regelgeving, want toen bouwde langdurig zieke werknemers alleen over de laatste zes maanden van de ziekte vakantiedagen op.
- Voor alle werknemers geldt per 1 januari dat zij hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar moeten opnemen. Dit betekent dat alle in 2012 opgebouwde wettelijke vakantiedagen uiterlijk voor 1 juli 2013 opgenomen moeten worden. Een precieze uitleg van deze nieuwe regeling is terug te vinden in het nieuwsbrief artikel ‘Nieuwe vakantiewetgeving’.
- Bij de aanvraag van een zwangerschapsuitkering voor een zwangere medewerkster hoeft geen zwangerschapsverklaring meer aan het UWV gestuurd te worden. De zwangerschapsverklaring dient wel door de werkneemster overlegd te worden aan de werkgever, maar kan gewoon in de administratie bewaard worden.
- De tijdelijke regeling voor een vierde contract voor bepaalde tijd voor werknemers tot 27 jaar is per 1 januari 2012 geëindigd.
Marie José Spit (spit@bousie.nl)
| Nieuwe vakantiewetgeving |
Wettelijke vakantiedagen zijn de dagen waarop een werknemer recht heeft op grond van de wet. Voor een werknemer die 40 uur werkt is dat 20 dagen oftewel 160 uur. Extra vakantiedagen, de zogenoemde bovenwettelijke vakantiedagen, vallen buiten de nieuwe regeling. De nieuwe termijn van anderhalf jaar is een zogenoemde vervaltermijn, dat betekent dat de dagen automatisch vervallen als zij niet voor 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar waarin de dagen zijn opgebouwd, zijn opgenomen. Er is één uitzondering: voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen, geldt de termijn niet. Denk hierbij vooral aan de situaties waarin de werknemer door toedoen van de werkgever zijn dagen niet heeft op kunnen nemen.
Van de nieuwe regeling mogen afwijkende afspraken gemaakt worden, maar alleen wanneer de termijn verlengd wordt. Verkorten kan niet. voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft de oude termijn van vijf jaar gelden. De termijn van 5 jaar is een verjaringstermijn, wat betekent dat de termijn gestuit kan worden door de werknemer om zo te voorkomen dat de dagen niet langer opgenomen kunnen worden. De nieuwe termijn voor de wettelijke vakantiedagen is een vervaltermijn. Een vervaltermijn kan niet gestuit worden, waardoor de vakantiedagen in beginsel automatisch vervallen als de termijn verstreken is.
Voorlopig zal goed gekeken moeten worden naar de dagen opgebouwd voor 1 januari 2012 en de dagen na 1 januari 2012. Voor alle dagen opgebouwd voor 1 januari 2012 geldt de oude regeling en dus een verjaringstermijn van vijf jaar. De eerstkomende jaren zullen de twee vakantiedagenregimes dus nog naast elkaar bestaan en dient goed opgelet te worden welke dagen worden afgeschreven. Voorheen gold namelijk op basis van jurisprudentie dat de oudste dagen als eerste werden opgemaakt, maar met de nieuwe vakantiewetgeving is dat achterhaald. Tijdens de behandeling van de nieuwe wetgeving is aangegeven dat werknemers zelf moeten aangeven welke dagen zij als eerste willen laten afschrijven van hun tegoed, maar dit lijkt weer in strijd te zijn met de beschermingsgedachte dat werknemers niet zonder dat zij het doorhebben geconfronteerd kunnen worden met vervallen vakantiedagen. Hier zal nog wel het nodige over gezegd worden de komende jaren. Voor nu wordt daarom aangeraden om als vakantie wordt opgenomen, eerst de wettelijke vakantiedagen die in het betreffende jaar zijn opgebouwd af te schrijven, om vervolgens af te schrijven op de oudste wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen.
Deze nieuwe vakantiewetgeving geldt ook voor zieke werknemers, in die zin dat langdurig zieke werknemers ook geconfronteerd kunnen worden met verval van vakantiedagen. Zieke werknemers moeten daardoor ook vakantiedagen opnemen op het moment dat zij op vakantie gaan en hierbij geldt dan wel ook de regel dat als zij niet in staat zijn om vakantie op te nemen dat de vakantiedagen dan ook niet kunnen vervallen.
Om ophoping van vakantiedagen te voorkomen zijn er vakantieregelingen vast te stellen. Hiervoor gelden voorwaarden, zoals op het punt van tot stand komen van een dergelijke regeling. Let er ook op, dat de nieuwe wetgeving invloed kan hebben op een eventuele bestaande vakantieregeling.
Marie José Spit (spit@bousie.nl)

