| Verwilderisering van de journalistiek / Boekblad | Hans Bousie*, 2-11-2009 |
Als advocaat in boekenland word ik regelmatig geconfronteerd met schrijvers en uitgevers die zijn getroffen door een recensie.
Ik heb het al zo vaak gezien. Een geschrokken, boze of verdrietige schrijver hangt aan de lijn, vaak naar mij doorgestuurd door zijn uitgever. We spreken af. De schrijver neemt de recensie in kwestie met zich mee. Ik lees de recensie, ik lees (als dat nog nodig is) het boek. In de gevallen dat de schrijver tot mijn werkkamer is doorgedrongen is het bijna altijd zo dat het gaat om een recensie die een aanzienlijk aantal feitelijke onjuistheden bevat en waarbij de recensent zich heeft uitgeput in zoveel mogelijk beledigende kwalificaties. En dan volgt ongeveer het volgende gesprek:
Schrijver: “mag een recensent nu zo maar schrijven wat hij wil?”Advocaat: “nee, dat mag een recensent niet. Een recensent moet zich aan de feiten houden en mag zich niet onnodig grievend uitdrukken?”Schrijver: “maar de recensie is feitelijk onjuist en zwaar beledigend, wat kan ik nu doen? “Advocaat: “U kunt een kort geding starten waarbij u om rectificatie vraagt en eventueel om een vergoeding van de door u gelezen (immateriële schade), maar ik raad het u af”Schrijver: “waarom raad u mij het af?”Advocaat: “omdat de procedure starten al betekent dat u zult verliezen. Zelfs als u wint, het is aan de rechter af te wegen of de recensent over de schreef is gegaan, dan nog zult u verliezen. Immers de recensent is almachtig en de schrijver zit in een onmogelijke positie. De schrijver die opstaat tegen zijn recensent, zal per definitie als kinderachtig worden neergezet. U kunt niet tegen kritiek, of vileiner nog: “het boek liep zeker niet”. Je teweer stellen tegen kritiek zal u in de wereld van de literaire critici duur komen te staan. De recensent immers zal in de toekomst opnieuw voor de keuze komen te staan uw boek wel of niet te bespreken. Als de recensent een klein mens is, zal hij er wellicht voor kiezen uit wraak uw boek niet te bespreken. Als de recensent kwaad wil zal hij juist uw boek bespreken en het opnieuw neersabelen. Slechts als de recensent een groot mens is en een groot journalist, zal hij juist uw boek zeer zorgvuldig bespreken en die laatste kans acht ik bijzonder klein”. Exit gedesillusioneerde schrijver.
De afgelopen maanden heb ik diverse van dergelijke gesprekken gevoerd. En wat mij hooglijk stoort is dat ik de schrijvers moet adviseren, hun frustratie maar op te kroppen. Het is zo moeilijk uit te leggen dat er in Nederland eigenlijk geen wapens zijn om het tegen een recensent op te nemen. De media in het algemeen en recensenten hebben in Nederland onvoldoende zelfreinigend vermogen.
Dat heeft twee oorzaken. In de eerste plaats omdat rechters in Nederland onrechtmatige publicaties niet bestraffen. De afweging of er sprake is van onrechtmatigheid vindt steeds zorgvuldig plaats, het niveau van de rechterlijke macht in Nederland is hoog. En telkens opnieuw moet er een afweging worden gemaakt tussen vrije meningsuiting en privacy. Maar indien er wordt geconstateerd dat er sprake is van een onrechtmatige publicatie dan wordt het slachtoffer alsnog met lege handen naar huis gestuurd. De standaardvergoeding die wordt toegekend aan het slachtoffer in een dergelijk geval is € 5000,--; niet eens voldoende om de advocatenrekening van te betalen. De macht van de journalistiek in Nederland is al heel groot, maar doordat er in de praktijk geen sanctiemogelijkheid is, is het zelfreinigend vermogen gering. Een roddelblad dat door de rechter wordt veroordeeld om te rectificeren en een vergoeding van € 5000,-- te betalen, doet dat met graagte. Het geld is het probleem niet en vanwege de rectificatie wordt zij door haar lezers niet afgerekend. Het slachtoffer moet in het geval van een rectificatie opnieuw de publiciteit over zich heen laten komen en blijft zitten met meer kosten dan inkomsten.
Deze ontwikkeling is gevaarlijk. In de eerste plaats omdat het betekent dat slachtoffers hun recht niet kunnen halen. Deze situatie wordt gecreëerd, ik schetste het hierboven al, doordat rechters geen sancties van betekenis opleggen en de media zichzelf niet kritisch evalueren. Het beroep op de vrijheid van meningsuiting heeft ze bedrijfsblind gemaakt. In de tweede plaats is de ontwikkeling gevaarlijk voor de journalistiek zelf en daarmee voor onze democratische samenleving.
Vergelijken wij de media met de staat. Om de staat te corrigeren bestaan veel mogelijkheden. Men kan een procedure voeren tegen de staat wegens onrechtmatig overheidshandelen. De staat kan worden veroordeeld tot het ongedaan maken van dergelijk handelen en tot het volledig betalen van een schadevergoeding aan de gedupeerde. Helpt procederen niet dan is er altijd nog de journalistiek. Er zijn legio voorbeelden van kritische journalisten die overheidshandelen dat juridisch niet te stuiten viel met hun publicaties hebben weten om te buigen, ik noem een Watergate. Maar stelt u zich, geachte journalisten, nu eens voor dat u een probleem heeft met de media. Het voeren van een procedure tegen een medium is een illusie zoals ik hierboven al geschetst heb. En als een medium niet juridisch te stuiten valt dan is er geen vangnet.
De journalist geniet daardoor in Nederland een vrijwel onbeperkte vrijheid. En de effecten van die vrijheid zijn voelbaar. Er wordt veel geschreven dat feitelijk onjuist is. Iedereen die wel eens betrokken is bij de achterkant van het nieuws, weet dat journalisten bijna nooit in staat zijn een verhaal foutloos weer te geven. En men komt er mee weg. Dat geeft een gevoel van almacht. De journalist heeft altijd gelijk. Journalisten menen het daarom zich te kunnen permitteren hun slachtoffers genadeloos neer te sabelen. Met name op televisie lijkt de onbeschaafdheid geen grenzen te kennen. In Idolsachtige programma’s worden kandidaten voor het oog van miljoenen kijkers tot de grond toe afgebroken. Bij Geen Stijl worden verhalen gepresenteerd die bijzonder schadelijk zijn voor degenen over wie ze gaan, maar geen hond die dat een halt toeroept.
Ik roep de rechterlijke macht op haar taak van corrector serieus te nemen. Stap af van die onnozele boetes maar tref degenen die een onrechtmatige publicatie afleveren hard in hun portemonnee en daarmee hopelijk hard in hun hart.
Maar meer nog dan dat. Ik roep de media op tot een debat over het niveau van de journalistiek. Tot het slechten van dit heilige huis. Er zijn hele goede journalisten en er zijn absolute prutsers. Het is aan de journalisten zelf om een systeem in het leven te roepen en te houden waarbij het kaf van het koren wordt gescheiden. Maak maar hardop onderscheid tussen een gezaghebbend hoofdredactioneel commentaar en de verslaggevers van Geen Stijl. Leg je journalisten bij hun opleiding uit dat ze tot taak hebben de feiten altijd op een rijtje te hebben en dat ze zich bij het schrijven van elk stukje realiseren welke ongebreidelde macht men heeft. En dat dat betekent dat de hoofdregel is dat je je niet beledigend uitlaat over personen. En dat slechts de hele grote journalisten dat misschien ooit in hun leven een keer mogen als ze een waarachtige misstand aan de kaak stellen. Ik roep op tot het terugdringen van de verwilderisering van de journalistiek, om te beginnen met de eerbiedwaardige beroepsgroep van de recensenten.

