| Verlengen? / Entertainment Business | Hans Bousie*, 11-5-2009 |
Het Europees parlement stemt een dezer dagen over de verlenging van de termijn van bescherming van naburige rechten. Even voor de goede orde het gaat daarbij niet alleen om rechten van uitvoerende kunstenaars, maar vooral over rechten van de platenmaatschappijen en de omroepen. Er wordt voor gepleit de huidige beschermingstermijn van 50 jaar na de eerste uitvoering op te rekken tot 70 jaar. Het argument is dan dat auteursrechten gelden tot 70 jaar na de dood van de maker. Als het gaat om eerlijkheid alleen zou je er dus net zo goed voor kunnen pleiten dat de termijn van de auteursrechtenbescherming wordt ingekort. Maar die oproep heb ik nog niet gehoord, dus dat argument zal dus wel niet gelden. Gaat het dan om de bescherming van de arme artiest? Vergist u zich niet. Degenen die het hardst de trom roeren zijn de platenmaatschappijen en de omroepen. En waarom zou dat nou zijn? Natuurlijk om er voor te zorgen dat de mogelijke inkomsten uit exploitatie zo lang mogelijk in de kassen van die maatschappijen blijft stromen. Is dat fout? Daar valt wel iets over te zeggen, maar dan moeten we even terug. Intellectuele eigendomsrechten, waaronder we auteursrechten en naburige rechten rekenen, zijn uitgevonden om de rechten van de individuele rechthebbenden te beschermen. Het is dus niet uitgevonden om muziekuitgevers en platenmaatschappijen in het zadel te houden. Daarbij is bedacht bij het ontwerpen van bijvoorbeeld de Auteurswet dat er een juiste balans moest zijn in enerzijds die bescherming van het creatieve individu en aan de andere kant de mogelijkheden van exploitatie en gebruik. Het moet bijvoorbeeld mogelijk zijn om op basis van het ene werk het andere werk te componeren, om die reden is een stijl bijvoorbeeld niet beschermd. Daarnaast moet je bijvoorbeeld kunnen citeren uit andermans werk. En tot slot is de beschermingsduur van deze rechten beperkt. Maar wat heet beperkt. De duur van het auteursrecht is bizar lang. Tot 70 jaar na de dood van de maker. Uit die termijn blijkt al wel dat het niet om de maker gaat. Bij wie liggen de rechten immers doorgaans al tijdens het leven van de maker en de artiest? Bij de uitgevers en platenmaatschappijen. Natuurlijk hebben die recht om hun belangen te beschermen en hun investering te verdedigen. Maar die rechten kennen hun grens. Vijftig jaar na de eerste openbaarmaking lijkt mij ruim zat. Dan kan de gemiddelde artiest zijn hele leven genieten van inkomsten die in zijn vroege jeugd zijn openbaar gemaakt en daarna gaat hij dood en zijn de rechten vrij. Mooier kan het niet….

