| Lets make copyright the right to copy | Hans Bousie*, 15-11-2010 |
Er klinken geluiden dat het auteursrecht op de schop zou moeten. Moet dat echt en zo ja wat moet er dan? Laat ik beginnen met uitleggen (ik leg graag uit, mijn kinderen worden gek van mij), dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende rechten die met intellectueel eigendom te maken hebben. Auteursrecht duurt tot 70 jaar na de dood van de maker, merkrecht tot 10 jaar na depot, octrooirecht tot 20 jaar na depot. Auteursrecht (van de tekstdichter of componist) is een verbodsrecht, zonder expliciete toestemming van de rechthebbende mag er geen gebruik gemaakt worden van een werk. Naburig recht (van de uitvoerende kunstenaar) is een vergoedingsrecht, gebruik wat je wilt als je maar betaalt.
Weten dat het in rechtsgebieden die lijken op het auteursrecht vaak verschillend geregeld wordt is handig, omdat argumenten daarmee in een ander daglicht geplaatst worden. De lange duur van het auteursrecht wordt algemeen gerechtvaardigd door het persoonlijk voordeel dat de maker zou moeten kunnen genieten van zijn werk. O? En waarom loopt het dan door tot zeventig jaar na de dood van de maker? In de praktijk betekent dat, dat achterkleinkinderen van de maker zich moeten bekommeren om het auteursrecht van die ouwe. En dat betekent dan eigenlijk nauwelijks meer dan dat zij er nog geld voor kunnen vragen.
De lange duur van het auteursrecht kent dus als echte reden dat het bedrijfsmatig gebruik van auteursrecht liefst zo lang mogelijk moet duren. Wat redelijk zou zijn is dat investeringen in een auteursecht moeten kunnen worden terugverdiend. Dat kan betekenen dat het auteursrecht net als het octrooi twintig jaar na depot mag duren. In de praktijk komt het nauwelijks voor dat investeringen binnen twintig jaar niet zijn terugverdiend. Maar zo’n lange levensduur zou op zichzelf nog niet zo’n probleem zijn als er anders zou worden omgesprongen met het auteursrecht, ik doel op het volgende:
Het auteursrecht is een absoluut recht. Je moet aan een auteursrechthebbende expliciete toestemming gaan vragen voordat je zijn werk mag gebruiken. Dat leidt in de praktijk tot komische taferelen. Stelt u zich maar voor dat u een game maakt en dat u voor elk gebruikt beeld en muziekje separaat toestemming moet worden gevraagd. Dat is in de praktijk ondoenlijk. Dus gebeurt het niet en vaak kraait daar geen haan naar.
Waarom schakelen we niet over naar een recht op een vergoeding. Ja, u mag al het auteursrechtelijk beschermd werk gebruiken dat u wilt, als u maar bereid bent daar een redelijke vergoeding te betalen. En wat is een redelijke vergoeding? Wat wij willen afspreken. Bij collectieve rechtenorganisaties wordt als redelijk gezien een percentage over de gerealiseerde omzet. Dat vind ik weer niet zo’n redelijk uitgangspunt, maar het komt wel in de buurt. Ik denk meer aan een percentage over de winst. Op die manier namelijk geef je ook nieuwe initiatieven een kans om tot bloei te komen. Laat ik aftrappen, 10% van de winst moet gereserveerd moet zijn voor vergoeding van intellectuele eigendomsrechten. Trapt u maar mee.
Waar we van af moeten in de discussie is dat de bedrijfsmatige belanghebbenden bij het auteursrecht zich verschuilen achter de makers. Het gaat in de discussie echt niet om die makers, het gaat om het geld. Nu is zonder geld geen economie mogelijk, dus praten over geld is best handig, maar doe het dan eerlijk. Zeg gewoon dat er een industrie gebouwd is op het auteursrecht en dan hebben we de discussie tenminste zuiver. Dan kunnen we praten over de vraag of het redelijk is de spelregels die binnen die branche gelden te veranderen. Lets change the rules. Lets make copyright the right to copy.

