| Kroes: van intellectueel eigendom naar sharing | Hans Bousie*, 13-11-2010 |
Er is veel gezegd over de toespraak van Neelie Kroes op 5 november jl., binnen de Commissie verantwoordelijk voor de Digitale Agenda. Kenmerkend voor de haast waarmee these days alles moet worden geduid, wist iedereen binnen 1 minuut waar Kroes het over had. Men wist zeker dat ze BUMA en Brein de nek om wilde draaien, maar BUMA en Brein wisten zeker dat Kroes het helemaal niet over hen had gehad. Wie had er gelijk? Het is wellicht een rare suggestie, maar daar kun je achter komen door de toespraak van Kroes gewoon te lezen. En omdat u daar allen te lui voor bent, heb ik het voor u gedaan. Ladies en Gentlemen, here are the results. De helft van de toespraak van Kroes gaat helemaal nergens over. Dat komt niet omdat Kroes dom is of omdat ze geen ideeën heeft, maar eigenlijk meer omdat ze politica is. Politici mogen geen duidelijke taal spreken, maar moeten slagen om de arm houden. Maar als we de slagen nu eens laten varen, wat zegt Kroes (en belangrijker wat zegt eigenlijk de Europese Commissie) over wat ons te wachten staat? Voor Kroes is de opmaat naar haar eigenlijke verhaal dat we niet bang hoeven te zijn voor het Internet. Daarmee kiest ze eigenlijk al positie. Het Internet in zijn grensoverschrijdendheid is het uitgangspunt. We moeten cultuur promoten (liefst de Europese, want ons kent natuurlijk wel ons in Europa) en daarbij moet het auteursrecht dienen als een "building block" niet als een struikelblok. De centrale zin in de toespraak van Kroes is de volgende: "the system has ended up giving a more prominent role to intermediaries than to artists". Wie zijn er bedoeld met deze intermediairs? Iedereen die staat tussen de kunstenaar en zijn publiek. Lees platenmaatschappijen, uitgevers, collectieve rechtenorganisaties als BUMA en waakhonden als Brein. Kroes vervolgt dan nog wat feller, we mogen miljoenen burgers niet demoniseren en daarom moeten we verder kijken dan landsgrenzen en bedrijfsbelangen ("national and corporatist self-interest"). Uitgangspunt is dus niet langer het bedrijfsbelang, maar het belang van de kunstenaar en zijn publiek. Weg met de landsgrenzen en weg met het verdedigen van wat er altijd was. Lezend tussen de regels door zie ik een Kroes, in de nadagen van haar werkende leven, nog 1 keer flink uithalen. Kroes omarmt eindelijk, beter laat dan nooit, de oude socialistische waarde die vroeger "solidariteit" heette, maar tegenwoordig "sharing". Daarmee verlaat ze, en de Commissie met haar, het bastion van het "intellectueel" eigendom.

