| Kleine juridische kroniek van het Nederlandse lied / Muziekwereld | Bjorn Schipper, 1-3-2010 |
Een willekeurige greep uit rechtszaken
Donderdag 9 en vrijdag 10 september 2010 zal in ’s-Hertogenbosch voor de eerste keer het seminar en showcase festival voor het Nederlandse lied “Buma NL” plaatsvinden. Een mooie gelegenheid om vanaf deze plaats het Nederlandse lied in juridisch perspectief te zetten in de vorm van een kleine kroniek van zaken waarin het Nederlandse lied direct of indirect centraal heeft gestaan. Ik benadruk vooraf dat het een volstrekt willekeurige en vooral geen uitputtende kroniek betreft. Het gaat om zaken die op de een of andere manier mijn aandacht hebben getrokken. Omdat vele kwesties achter de schermen minnelijk geregeld worden, de uitspraken van de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra niet gepubliceerd worden, en lang niet alle zaken externe aandacht hebben gekregen, kan het voorkomen dat kwesties waarvan de lezer denkt dat deze op zijn minst in deze kroniek thuishoren, niet in dit overzicht behandeld worden.
Normaal
Popgroep Normaal heeft zich jaren terug in kort geding moeten verweren tegen platenlabel Telstar – waar Normaal reeds vertrokken was – vanwege vermeende schending van titelexclusiviteit. Aanleiding was het bij een andere platenmaatschappij (WEA) uitbrengen van het succesnummer “Oerendhard” op een jubileumplaat ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van de band. De rechter stond het Normaal toe de plaat via WEA uit te brengen op basis van het argument dat de nieuwe opname van “Oerendhard” ten behoeve van de band zelf was gemaakt en dat WEA de opname in licentie van eigenaar Normaal had gekregen[1].
De Kast
In 2001 stond de succesvolle Friese popgroep De Kast voor de kort geding rechter in Groningen tegenover platenmaatschappij Roadrunner Arcade en de makers van het nummer “Jelle”[2]. Inzet van de zaak was de rechtmatigheid van het Nederlandstalige lied “Jelle” waarin de makers Slimme Schemer en Tido op parodiërende wijze aanhaakten bij het hitnummer “Stan” van de populaire Amerikaanse rapper Eminem. Thema van zowel “Stan” als “Jelle” is de relatie tussen idool en fan. In het liedje “Jelle” onderneemt fan Jelle – nadat zijn idool Syb van der Ploeg niet reageert op zijn e-mails en sms-jes – een zelfmoordpoging door met zijn fiets en zwangere cavia het Tjeukemeer in te rijden. De makers van “Jelle” hebben voor hun liedje stukken tekst/titels van de op CD uitgebrachte nummers “In Nije Dei”, “De Ideale Vrouw” en “Een Teken van Leven” van De Kast overgenomen. De Voorzieningenrechter oordeelde dat “Jelle” inderdaad een parodie op het nummer “Stan” betreft en dat als het gaat om de rol van Syb van der Ploeg daarin, het voor het Nederlandse publiek duidelijk is dat het gaat om Syb in het parodiërende liedje “Jelle” en niet het gedrag van de persoon Syb van der Ploeg zelf. De parodie “Jelle” wordt door de rechter niet schadelijk voor het imago van Van der Ploeg en De Kast geoordeeld. Ook kan volgens de rechter niet worden gesproken van op ongeoorloofde wijze financieel voordeel genieten met de exploitatie van “Jelle”. Om de woorden van Slimme Schemer en Tido te gebruiken: er was eerder sprake van een uit de hand gelopen grap.
Marco Borsato
In 1998 waren het een aantal omroepen die in de vorm van een boete een juridische tik op de vingers hebben gekregen van het Commissariaat voor de Media wegens uitzending van aanhakende reclame ter promotie van de CD “De Waarheid” van Marco Borsato in 1997. Het Commissariaat oordeelde dat de inhoud van de betrokken uitzendingen op zichzelf niet wervend was voor de CD van Marco Borsato, de uitingen dit karakter uiteindelijk wel kregen als gevolg van andere gebeurtenissen, zoals de aan de CD gewijde commercials van de STER en een in dagblad De Telegraaf verschenen advertentie, met als resultaat dat de omroepen in strijd handelden met de Mediawet. Bezwaren van de omroepen tegen de opgelegde boetes zijn door het Commissariaat terzijde geschoven. Zowel Rechtbank als de Raad van State[3] lieten vervolgens het oordeel van het Commissariaat in stand.
Hollandse piraterij
De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen moest in 2003 oordelen over een geval van “Hollandse piraterij”[4]. Het artiestenduo Lucas en Gea spande een rechtszaak aan tegen platenlabel JBS over een verzamel-CD getiteld “Originele Piratenhits”. Op deze CD waren muziekopnamen vastgelegd van verschillende artiesten die veel op piratenzenders te horen waren, waaronder Lucas en Gea. Het artiestenduo stelde dat hiervoor geen noodzakelijke en voorafgaande toestemming was verleend, en kreeg gelijk van de rechter. De rechter oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat JBS over de nabuurrechtelijke – op schrift gestelde – toestemming tot exploitatie van de artiesten Lucas en Gea beschikt. De Wet op de naburige rechten vereist immers voor zowel een licentie als een overdracht van naburige rechten een akte welke een dergelijke rechtenverlening uitdrukkelijk regelt. En platenlabel JBS bleek niet over zo’n akte te beschikken. Een rechterlijk verbod op exploitatie van de muziekuitvoeringen van Lucas en Gea was het directe gevolg. De vordering van het artiestenduo tot uitschrijving van JBS als fonogrammenproducent bij SENA en het doen van opgave van de van SENA ontvangen gelden werd door de rechter afgewezen nu niet voldoende aannemelijk was geworden dat Lucas en Gea feitelijk investeringen hebben gedaan in de totstandkoming van de opnamen van hun muziekuitvoeringen.
Johnny Hoes
De muziekcatalogus van liedjesschrijver Johnny Hoes is meer dan eens inzet geweest van een familieruzie met aan de ene kant Johnny Hoes en aan de andere kant de erfgenamen van zijn overleden dochter. De Amsterdamse Voorzieningenrechter moest zich in 2004 buigen over de vraag of naburige rechten op toekomstige exploitatiemethoden al dan niet contractueel verleend waren. De rechter oordeelde dat niet wettelijk geregelde naburige rechten welke ook niet met zoveel woorden in het contract genoemd zijn, niet contractueel verleend kunnen worden[5]. Centraal stond daarbij een exploitatiecontract uit 1990, daterend uit de periode van vóór de inwerkingtreding van de Wet op de naburige rechten in 1993. De Rechtbank Roermond moest zich vervolgens in 2007 buigen over de vraag wie nu precies rechthebbende op de oude catalogus van Hoes was en daarnaast ook nog over de afdracht van achterstallige royalties. De Rechtbank stelde Hoes in het gelijk en oordeelde dat de juridische eigendom op de oude muziekcatalogus Hoes toekomt, en niet de erfgenamen. De rechten moesten daarom “om niet” worden overgedragen aan Hoes. Verder oordeelde de Rechtbank dat de erfgenamen een bedrag van ruim één miljoen euro moesten terugbetalen aan achterstallige royalties[6].
Marianne Weber
De Rechtbank Zutphen heeft in 2007 vonnis gewezen in een zaak over de annulering van een optreden van sterzangeres Marianne Weber vanwege een dubbele boeking. Theater-, artiesten- en orkestenbemiddelingsbureau Lukassen Produkties daagde een organisator van evenementen vanwege niet-betaling voor de Zutphense rechter en zag zich in de procedure geconfronteerd met een tegenvordering van de evenementenorganisator welke neerkwam op inroeping van de buitengerechtelijke ontbinding van het evenementencontract[7]. Reden hiervoor was de tussentijdse annulering van de boeking van publiekstrekker en afsluiter van het evenement Marianne Weber. Zij bleek dubbel geboekt te zijn voor dezelfde avond. De Rechtbank oordeelde dat de annulering van de boeking van Marianne Weber weliswaar als wanprestatie aangemerkt kan worden, maar dat deze wanprestatie geen ontbinding van het contract kan rechtvaardigen. Lukassen Produkties bleek tijdig alternatieve en niet zonder meer ongelijkwaardige artiesten aangeboden te hebben, zoals Sugar Lee Hooper. Het niet of niet adequaat reageren op de boekingsannulering van Marianne Weber en het voorgestelde alternatief wordt daarbij door de Rechtbank in het nadeel van de evenementenorganisator uitgelegd. Met inachtneming van een creditering van een gedeelte van de contractssom in verband met de annulering van de boeking van Marianne Weber, wordt de organisator door de Rechtbank veroordeeld tot betaling van het restant voor de overige boekingen.
Hans van Hemert
Componist en tekstdichter Hans van Hemert heeft een jarenlange juridische strijd geleverd met muziekuitgever Strengholt[8]. In 2004 uitte Van Hemert aan Strengholt zijn onvrede over de manier waarop door Strengholt zijn muziekwerken werden geëxploiteerd. Na dreiging met het starten van een PALM/NMUV/BS ontbindingsprocedure wegens wanprestatie en het inlichten van Buma/Stemra, werd het uitgeversaandeel van Strengholt in augustus 2006 voor een periode van drie maanden “bevroren”. Strengholt startte vervolgens bij de Rechtbank in Amsterdam een procedure om de rechtsgeldigheid van de door Van Hemert ingeroepen ontbinding aan te vechten. Op 6 februari 2008 oordeelde de Rechtbank dat - hoewel niet expliciet in de schriftelijke overeenkomsten opgenomen - de exploitatiecontracten tóch een exploitatieverplichting voor muziekuitgever Strengholt inhielden[9]. Zonder afgerekend te kunnen worden op concrete resultaten, gaat het volgens de Rechtbank daarbij om een inspanningsverbintenis voor de muziekuitgever om zich maximaal en voortdurend in te spannen om uit de muziekwerken het maximale rendement te halen. Het kunnen aangeven waaruit exploitatieactiviteiten bestaan en regelmatig overleg met de muziekauteur gelden daarbij als het absolute minimum, aldus de Rechtbank. Zeker ingeval de muziekauteur – zoals Van Hemert - herhaaldelijk zijn beklag heeft gedaan. De Rechtbank achtte de inspanningen van Strengholt in deze zaak onvoldoende en concludeerde dat de titeloverdrachtsakten rechtsgeldig door Van Hemert waren ontbonden. De Rechtbank nam daarbij mede in overweging dat Van Hemert voor zijn inkomen grotendeels afhankelijk is van de exploitatieopbrengsten die de muziekwerken voor hem genereren. Strengholt liet het hierbij niet zitten en ging in hoger beroep. Het Gerechtshof in Amsterdam wees op 23 december 2008 arrest[10] en bekrachtigde de uitspraak van de Rechtbank. De in hoger beroep door muziekuitegver Strengholt aangevoerde exploitatieactiviteiten werden door het Gerechtshof onvoldoende geacht om de rechtsgeldigheid van de door Van Hemert ingeroepen ontbinding aan te tasten. Het Gerechtshof oordeelde dat de wanprestatie van Strengholt voldoende ernstig was om de ontbinding van de titeloverdrachtsakten te kunnen dragen. Uitkomst is dat de door Van Hemert voor de duur van het auteursrecht aan Strengholt overgedragen muziekuitgaverechten vanaf 2006 weer volledig ter beschikking van Van Hemert zijn komen te staan[11].
VCP: Hollands muziekplagiaat
Naast een “gewone” juridische procedure bij de Rechtbank kunnen muziekauteurs wegens auteursrechtinbreuk – ook wel muziekplagiaat genoemd - ook een klacht indienen bij de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra[12]. Het zal niet verbazen dat ook het Nederlandse lied bij de VCP regelmatig voorwerp van geschillen over muziekplagiaat is geweest. Zo oordeelde de VCP in 1995 dat de filmmuziek van de film “Indecent Proposal” inbreuk maakte op de auteursrechten op het Nederlandse muziekwerk “Ik hou van jou”[13]. En in 1997 oordeelde dat de VCP dat het muziekwerk “De Regenboog” inbreuk maakte op zowel de auteursrechten op het muziekwerk “Als we samen zijn”[14] als de auteursrechten op het muziekwerk “Stel je voor”[15]. De uitkomst van deze twee zaken over het gewraakte lied “De Regenboog” resulteerde in nog enkele klachten tegen wederom “De Regenboog” als ook de winnende muziekwerken “Als we samen zijn” en “Stel je voor”. Deze klachten zijn door de VCP afgewezen[16]. In 2000 deed de VCP uitspraak over de rechtmatigheid van het liedje “Jij bent de zon”. Dit zou te veel op het muziekwerk “Het antwoord ben jij” lijken. Vanwege een grote mate van gelijkenis tussen de refreinen was de slotsom van de VCP dat sprake was van muziekplagiaat[17]. Recent speelde nog een zaak aangespannen door de makers en uitgever van het liedje “Busje komt zo” tegen de auteur van het werk “Zachte G, Harde L”. De VCP oordeelde dat de oorspronkelijkheid van het liedje “Busje komt zo” niet zozeer tot uiting komt in de muzikale compositie maar meer in de tekst van het muziekwerk. Nu de gelijkenis is gelegen in de niet-beschermde compositorische elementen, is geen sprake van inbreuk op de auteursrechten op het liedje “Busje komt zo”, aldus de VCP[18]. Slotsom: de veelzijdigheid van het Nederlandse lied komt ook terug in de rechtspraak.
[1] Zie voor een uitgebreide toelichting op deze kwestie: R.A. de Jonge, “Muziekrecht. Theorie en Praktijk van de Nederlandse Muziekindustrie”, p. 53, Strengholt.[2] Vzr. Rb. Groningen, LJN: AA9713 (De Kast/Roadrunner Arcade).[3] RvS. 18 december 2000, LJN: AA9683 (Omroepen/Commissariaat voor de Media).[4] Vzr. Rb. Assen 10 december 2003, zaaknummer 44041 (Hulshof cs/Swart cs).[5] Vzr. Amsterdam 8 april 2004, AMI 2004, p. 193 (Hoes/Hoes).[6] Rb. Roermond 7 maart 2007, LJN: BA7784 (Hoes/Hoes).[7] Rb. Zutphen 3 januari 2007, LJN: BA 1989 (Lukassen Produkties/Evenementenorganisator).[8] De zaak speelde formeel tussen Van Hemert en Intersong Basart Publishing Group BV en Ananas Music BV. Laatstgenoemde vennootschappen maken onderdeel uit van de groep van vennootschappen van Strengholt. In het navolgende zal steeds van “Strengholt” uitgegaan worden.[9] Rb. Amsterdam 6 februari 2008, zaak/rolnummer 358492 HA ZA 06-4034, gepubliceerd op Boek9.nl onder nummer B9 5648 (Intersong Basart c.s./Van Hemert).[10] Hof Amsterdam 23 december 2008, zaak/rolnummer 200.004.493/01, gepubliceerd op Boek9.nl onder nummer B9 7455 en in AMI 2009/2, nr. 5, p. 61-64, met noot P.B. Hugenholtz (Intersong Basart c.s./Van Hemert).[11] Zie ook M. Koedooder e.a., Nieuwe praktijkgids Artiest & Recht 2009-2010, p. 242-244, 17e editie, Kluwer, 2009. [12] Zie ook P.R.C. Solleveld, “Plagiaat in de muziek” in T. Pronk e.a., Klankrechtwijzer: muziek en recht, p. 133-142, alsmede O. Meijer, “Als de maat vol is: de Vaste Commissie Plagiaat”, AMI 2004/2, p. 51-59. Indien een muziekauteur van mening is dat zijn muziekwerk gehele of gedeeltelijke gelijkenis vertoont met het jongere muziekwerk van een ander en zonder dat hij daarbij als auteur van het oorspronkelijke muziekwerk gekend wordt, kan hij een klacht indienen bij de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra.[13] VCP zaak 100: Ik hou van jou/Indecent Proposal, 26 januari 1995.[14] VCP zaak 128: Als we samen zijn/De Regenboog, 12 juni 1997. [15] VCP zaak 129a: Stel je voor/De Regenboog, 19 november 1997.[16] VCP zaak 131a: als je verliefd op een jongen bent/De Regenboog, Een dag uit duizend dromen, Het had zo mooi kunnen zijn, Stel je voor; VCP zaak 131b: Als je verliefd op een jongen bent/Als we samen zijn, Een dag uit duizend dromen, Het had zo mooi kunnen zijn; VCP zaak 131c: Twee witte rozen/De Regenboog, Een dag uit duizend dromen, Het had zo mooi kunnen zijn, 23 september 1998. [17] VCP zaak 136: Het antwoord ben jij/Jij bent de zon, 6 september 2000.[18] VCP zaak 156: Busje komt zo/Zachte G, Harde L, 23 juni 2010.

