HomeOns ontmoetenOnze cliëntenNieuwsColumnsVacatures & StageContact
Fotografenpodium
Bousie Advocaten biedt beginnende fotografen de kans hun werk te presenteren.
lees verder »
Livrijn / Boekblad
Wellicht overheen gelezen, de nieuwe businessmodellen duikelen over...
lees verder »
Internationale bescherming voor de artiestennaam / MuziekwereldBjorn Schipper, 1-4-2010


Voor een succesvolle muzikale carrière is op zijn minst nodig dat de muziek een bepaald niveau heeft. Als de ambities verder reiken dan de Nederlandse landsgrenzen, is het handig dat de muziek om wat voor reden dan ook aanslaat in het buitenland. Rondom het afgelopen Amsterdam Dance Event (ADE) kwam naar voren dat de Nederlandse dancemuziek als het gaat om muziekexport een belangrijke stempel drukt op de totale export van muziek uit Nederland. Dit stempel lijkt alsmaar groter te worden. Tijdens een van de panels[1] op ADE is uitgebreid stilgestaan bij het belang van een goede juridische bescherming van de artiestennaam,  juist in verband met deze muziekexport. In deze bijdrage sta ik stil bij de (inter)nationale mogelijkheden van juridische bescherming voor artiestennamen, meer in het bijzonder bescherming via het handelsnaamrecht en het merkenrecht. 

Handelsnaamrecht
Te beginnen met het handelsnaamrecht. Het is daarbij steeds de (voor)vraag of artiesten wel een handelsnaam voeren als bedoeld in de Handelsnaamwet (Hnw). Strikt genomen oefenen artiesten immers een creatief beroep uit, géén bedrijf. Onze Handelsnaamwet biedt bescherming aan de naam waaronder een onderneming gevoerd wordt. Om een succesvol beroep op te doen op het handelsnaamrecht is het voor artiesten dus van belang om te kunnen laten zien dat zij hun artiestenbestaan met een zekere mate van professionaliteit invullen waardoor gesproken kan worden van een onderneming. Denk hierbij aan het als band - een min of meer georganiseerd verband – op duurzame wijze onder dezelfde naam deelnemen aan het handelsverkeer. Ingrediënten om een onderneming te construeren kunnen hierbij zijn het hebben van een winstoogmerk, een inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, de oprichting van een vennootschap of stichting, aanmelding bij de fiscus als ondernemer(s), BTW afdracht, professionele facturering, de registratie van een domeinnaam en het gebruik van een daaraan gekoppelde website en sociale netwerken zoals Hyves en Facebook waaruit het publiek kan afleiden dat de artiestennaam als naam van de onderneming fungeert.  Uit de rechtspraak blijkt dat het met succes  inroepen van handelsnaamrechtelijke bescherming voor artiestennamen geen eenvoudige opgave is. Zo werd in 1969 aan de artiestennaam Mannenkoor Urk handelsnaamrechtelijke bescherming onthouden[2]. Ook de rockband RED vond bij de rechter geen handelsnaamrechtelijk gehoor[3]. Aan de andere kant kon de groep Ekseption in 1974 wél een geslaagd beroep doen op het handelsnaamrecht[4]. En vrij recentelijk heeft de Rotterdamse Voorzieningenrechter handelsnaamrechtelijke bescherming toegekend aan de DJ-namen Quintin en Quintino[5].  Let wel, de bescherming voor artiestennamen door middel van het handelsnaamrecht vereist geen depot of registratie en geeft in internationaal verband “slechts” een lokaal recht, in die zin dat de handelsnaam in Nederland (of een gedeelte daarvan) bescherming geniet. Zo’n lokaal handelsnaamrecht kan ingeroepen worden tegen buitenlandse artiesten die onder nagenoeg dezelfde naam in Nederland aan het handelsverkeer deelnemen. Het moet dan gaan om een jongere buitenlandse artiestennaam die onder het Nederlandse publiek voor verwarring zou kunnen zorgen. 

Merkenrecht
Dan het merkenrecht. Artiestennamen zijn bij uitstek onderscheidingstekens die óók als merk vastgelegd kunnen worden. Voorwaarde hiervoor is dat de artiestennaam wordt gebruikt ter onderscheiding van producten en/of diensten afkomstig van de artiest of groep van artiesten. In een tijd waarin branding van artiesten een begrip is geworden en waarbij steeds vaker “360-achtige” business modellen worden gehanteerd, moet naast de verkoop van muziek gedacht worden aan sponsoring, merchandise en live entertainment concepten die rondom artiesten worden gebouwd. De als merk beschermde artiestennamen zijn daarbij zeer belangrijke middelen die ingezet worden om de branding van artiesten tot volle wasdom te laten komen. Voor het verkrijgen van een merkrecht is wel een registratie nodig. Qua territoria moet daarbij een onderscheid gemaakt worden in Benelux, de Europese Gemeenschap, de individuele Europese landen en de rest van de wereld. Nederland is aldus geen apart merkenrechtelijk territorium maar onderdeel van de Benelux. Voordat een artiestennaam ook daadwerkelijk in de merkenregisters als merk wordt ingeschreven, dient de artiestennaam eerst bij het betreffende merkenbureau gedeponeerd te worden. Voor Benelux merken is dat het in Den Haag gevestigde Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Voor Gemeenschapsmerken is dat het in Alicante gevestigde Europese merken- en modellenbureau (OHIM). Voor de individuele Europese landen en de rest van de wereld is dat het in Genève gevestigde Internationale Bureau (WIPO). Als eenmaal voldaan is aan een aantal basisvereisten en niemand bezwaar (oppositie) heeft ingesteld tegen een merkdepot, zal het depot van kleur verschieten en omgezet worden in een “echte” merkregistratie. In principe zou iedere artiest zijn of haar eigen merkregistratie kunnen verzorgen. De praktijk leert echter dat dergelijke merkregistraties vaak verzorgd worden door gespecialiseerde merkagenten- of gemachtigden en advocaten. Dit heeft vooral te maken met de valkuilen die aan een merkregistratie kunnen kleven. Allereerst zal een vooronderzoek verricht moeten worden naar eventuele conflicterende en al bestaande merken. De Ierse boy band Westlife greep in 2005 naast een Gemeenschapsmerk omdat de Duitse tabaksproducent Reemark zich met succes beklaagde bij de hoogste Europese rechter[6]. De bandnaam zou namelijk teveel op het reeds bestaande Duitse sigarettenmerk “West” lijken. Daarnaast dient zorgvuldig gekeken te worden naar het merkenrechtelijke territorium waarbinnen het merk gebruikt zal gaan worden. Het heeft voor een artiest weinig zin om een Amerikaans merk te registreren als onder dat artiestenmerk geen producten of diensten op de Amerikaanse markt zullen verschijnen. Het is beter om de registratie van een artiestenmerk mee te laten groeien met de (inter)nationale carrière van de artiest. Hetzelfde kan gezegd worden van de klassen waarvoor het merk wordt aangevraagd. Merken worden namelijk ingeschreven voor de producten en/of diensten waarvoor het merk in de praktijk gebruikt wordt of zal worden. Zo beschikken de Grote Drie van de Nederlandse dance – Tiësto, Armin van Buuren en Ferry Corsten – over eigen merkregistraties, maar is bijvoorbeeld Tiësto de enige DJ met een merkregistratie voor land-, tuin- en bosbouwproducten en zaden[7]. Reden: er worden speciale Tiësto tulpen op de markt gebracht. Een ander strategisch aspect is op welke manier een artiestennaam vastgelegd wordt, als woordmerk (naam), als beeldmerk (logo) of als een combinatie van die twee (naam op een gestileerde manier geschreven)? Ook hier zal vooraf goed over nagedacht moeten worden. Voorkomen moet worden dat een artiestenlogo als merk wordt vastgelegd terwijl datzelfde logo een paar jaar later niet meer door de artiest gebruikt wordt.          

Merkregistraties gelden voor 10 jaar en kunnen daarna steeds voor een periode van 10 jaar verlengd worden. Dit heeft de facto tot gevolg dat de merkenrechtelijke bescherming van een artiestennaam eeuwigdurend kan zijn zolang de merkregistratie maar tijdig verlengd wordt en zolang het merk gebruikt wordt voor de producten en/of diensten waarvoor het merk is ingeschreven. Op basis van merkregistraties kunnen artiesten – in zowel nationaal als internationaal verband - licenties verlenen aan geïnteresseerde partijen voor bijvoorbeeld het op de markt brengen van speciale merchandise. De tegenhanger is dat met behulp van een merkregistratie onrechtmatig gebruik door derden van een artiestennaam aangepakt kan worden. Merken worden kort gezegd beschermd tegen gevaar voor verwarring. Als een merk ook nog een bepaalde mate van bekendheid geniet – let op: niet de persoon van de artiest maar het merk voor bepaalde producten en/of diensten -, kan het artiestenmerk wellicht ook nog aanspraak maken op bescherming tegen verwateringsgevaar in de vorm van aantasting van de reputatie of het onderscheidend vermogen van het merk. Daarbij kan dan tevens opgetreden worden tegen derden die op ongerechtvaardigde wijze voordeel halen uit de reputatie en bekendheid van het artiestenmerk. Het is niet toegestaan om zomaar in het kielzog te varen van een bekend artiestenmerk. Gitarist Scott van de band The Sweet heeft in 2008 tevergeefs geprobeerd om onder andere op basis van zijn merkrecht de handel in compilatie CD’s tegen te gaan waarbij de bandnaam van The Sweet gebruikt werd[8]. Rapper Eminem had meer succes.  Hij heeft zich met succes beroepen op zijn Gemeenschapsmerk “EMINEM”, geregistreerd voor entertainmentdiensten en beeld- en geluidsdragers. Een Nederlandse distributeur van dergelijke dragers is tot tweemaal toe veroordeeld wegens merkinbreuk, nu zonder toestemming van Eminem het merk werd gebruikt op de hoezen van deze dragers en als gevolg hiervan gevaar voor verwarring bij het publiek was te duchten[9]. Ook DJ Darkraver kon met succes zijn merkrecht inzetten tegen iemand die de domeinnaam darkraver.eu te koop had aangeboden[10]. Kane heeft daarentegen de merkenrechtelijke deksel op de neus gekregen toen de band onder het merk “KANE” merchandise op de markt ging brengen en daarmee te dicht in de buurt kwam van het kledingmerk “KANI” van Karl Kani[11].  

Naamsbescherming en muziekexport
Uit het voorgaande volgt onder meer dat het dus voor een Amerikaanse artiest mogelijk is om hier in Nederland op te treden tegen ongeoorloofd merkgebruik. Mits de merkregistratie maar op orde is. Het omgekeerde geldt onverkort voor Nederlandse artiesten die hun muziek naar het buitenland (laten) exporteren. Zorg - naast het maken van goede muziek - voor een goede naamsbescherming. Zowel de artiesten als de platenlabels kunnen daarvan maximaal profiteren. Aan de ene kant omdat het mogelijk is om lucratieve licentiedeals aan te gaan waarbij de artiestennaam de bindende factor is. Aan de andere kant omdat het mogelijk is om kapers op de kust te weren, zelfs in het verre buitenland. Muziekexport kan zo een stuk leuker worden.              

[1] ADE Next: “The legal do’s and don’ts in the electronic music business”, zaterdag 23 oktober 2010, 14.30 uur.[2] Vzr. Rb. Zwolle, 20 februari 1969, NJ 1969,448 (Mannenkoor Urk).[3] Vzr. Rb. Amsterdam 5 maart 2009, LJN: BH5027, B9 7642 (RED/RED!).[4] Vzr. Rb. Utrecht 6 februari 1974, NJ 1974, 381 (Ekseption).[5] Vzr. Rotterdam 22 mei 2008, zaaknummer 304753/KG ZA 08-290 (Beekman/Van den Berg).[6] GVEA 4 mei 2005, zaak T-22/04 (Reemark/OHIM/Bluenet oppositie).[7] Zie Benelux merkregistratie 0778102 (http://register.boip.int/bmbonline/).[8] Vzr. Rb. Den Haag 18 maart 2008, zaaknummer 304709/KG ZA 08-0215 (Scott/Galaxy Music).[9] Vzr. Rb. Den Haag 26 mei 2004, zaaknummer 04/387, en Vzr. Rb. Den Haag 18 februari 2005, zaaknummer 05/144 (Eminem/Ramshorn).[10] Vzr. R. Groningen, zaaknummer 93170/KG ZA 07-109 (Steve Sweet Holding/Gedaagde).[11] Vzr. Rb. Den Haag 7 september 2006, zaaknummer 268564/KG ZA 06-833 (Urban Trends/Kane).