| Iep! / Spits | Sander Dikhoff *, 4-2-2010 |
De film Iep! Producent Lemming Film en regisseur Rita Horst rollend over straat. Ze tuimelden zo de rechtbank in. Wat is er aan de hand?
Lemming vond de door Horst ingeleverde versie niet goed, keurde het af en monteerde een eigen, kortere, versie. Horst vond de versie van de producent juist ontzield en ontdaan van warmte, inhoud en gelaagdheid. Horst wordt daarbij gesteund door - niet de minste - leden van cast en crew.
Tsja, wat dan? Maar eens in het contract kijken. En warempel, met een concrete ruzie in de hand, wordt dat stoffige vodje ineens best een spannend ding. Wat staat er ook alweer in? Dat als de producent de film afkeurt en er vervolgens niet uitkomt met de regisseur, er een arbiter wordt benoemd. En verder dat als het geschil de financiering van de film aantoonbaar in gevaar brengt, het oordeel van de producent prevaleert.
U voelt ‘m al. De regisseur beroept zich op de arbitrageregeling. De producent stelt dat de financiering in gevaar was en dat daarom de arbitrageregeling wordt overruled. De rechter heeft in kort geding een belangenafweging gemaakt en acht het belang van de producentgroter. Het lijkt er op dat Horst de dupe is van de ontstane vertraging, al dan niet bewust gecreëerd.
Wat ik mis in deze zaak is een beroep op de ‘morele rechten’ van de filmmaker, gebaseerd op de sterke creatieve verbondenheid tussen maker en werk. Ik zal het uitleggen.
Men neme de Auteurswet. Daarin staat dat de makers van een film, tenzij schriftelijk anders overeengekomen, geacht worden hun auteursrechten aan de producent te hebben vergedragen en bovendien afstand te hebben gedaan van het morele recht zich te verzetten tegen wijziging van hun werk.
Maar, en daar gaat het hier om, daarmee hebben de makers géén afstand gedaan van een ander moreel recht, namelijk het recht zich te verzetten tegen verminking, misvorming of andere aantasting van het werk. Sterker nog, afstand doen van dat recht kan helemaalniet, al zou je het willen. Oftewel, een film die een aantasting vormt van jouw werk, kun je in principe tegenhouden.
Het contract zegt daar het volgende over. Wat het oordeel van de arbiter ook is, dat kan nooit betekenen dat de regisseur de film kan tegenhouden. Klare taal. Maar wacht even. Ten eerste is een oordeel van de arbiter hier helemaal niet aan de orde. Bovendien wordt hier bepaald dat de regisseur afstand doet van rechten waar ze op grond van de wet helemaal geen afstandvan kán doen! Contra legem, oftewel ongeldig.
Ik hoop dat dit machtsmiddel van Horst ter tafel is gekomen, al was het maar omdat het haar onderhandelingspositie in de inhoudelijke discussie danig had versterkt.

