HomeOns ontmoetenOnze cliëntenNieuwsColumnsVacatures & StageContact
Fotografenpodium
Bousie Advocaten biedt beginnende fotografen de kans hun werk te presenteren.
lees verder »
Livrijn / Boekblad
Wellicht overheen gelezen, de nieuwe businessmodellen duikelen over...
lees verder »
Het imagoprobleem van de bladmuziekpolitie / MuziekwereldBjorn Schipper, 1-3-2007


Musicopy en collectief rechtenbeheer bij (her)gebruik van bladmuziek

Recentelijk zijn de incasso activiteiten van de stichting Musicopy in media en politiek onder vuur komen te liggen. Orkesten en koren stonden op hun achterste benen nadat men door Musicopy aangeschreven was terzake vermeend illegaal (her)gebruik van bladmuziek. In de Tweede Kamer zijn hierover kamervragen gesteld. Nadat Musicopy onlangs na een gesprek met de Minister van Justitie beterschap heeft beloofd, lijkt de storm nu weer te zijn gaan liggen. In deze bijdrage sta ik stil bij de juridische aspecten van het (her)gebruik van bladmuziek en de activiteiten van stichting Musicopy en zet ik de meest recente ontwikkelingen voor u nog eens op een rij. 

Bladmuziek
De hedendaagse praktijk van het uitgeven van muziek vindt zijn oorsprong in vroegere tijden, lang voor de digitale revolutie, toen het verspreiden van gedrukte bladmuziek big business was. Onder bladmuziek wordt in dit verband verstaan liedteksten en muzieknotaties (notenschrift). Het drukken en uitgeven van bladmuziek behoorde tot de kerntaken van de vroegere muziekuitgever. Tot aan de jaren ’60 van de vorige eeuw waren de verkoopcijfers van gedrukte bladmuziek van componisten maatgevend voor de populariteit van de muziek[1].  Anno 2007 zijn het vooral conservatoria, (onderwijs) instellingen voor kunstzinnige vorming, orkesten, koren en (amateur) muziekgezelschappen- en verenigingen die gebruik maken van gedrukte bladmuziek. Zowel analoog als digitaal. Denk aan het (foto) kopiëren van op schrift gestelde partituren en het verdere gebruik daarvan in het kader van uitvoeringen, maar bijvoorbeeld ook aan weergave van bladmuziek op televisie en internet of via karaoke op de mobiele telefoon. Gebruik van bladmuziek kent met de opkomst van nieuwe technieken vandaag de dag meerdere, multimediale dimensies.    

Van muzikaal kopijrecht naar auteursrecht
De auteursrechtelijke bescherming van bladmuziek vloeit voort uit de juridische beschermingsregimes voor “gewone” drukwerken in de tijd van vlak voor en na de Franse Revolutie[2], te weten de privileges en het “kopijrecht”. Het ongeautoriseerd nadrukken van drukwerken was verboden. In het analoge tijdperk komt het “kopijrecht” er primair op neer dat het ongeautoriseerd (foto) kopiëren – ook wel reprografisch verveelvoudigen genoemd - van gedrukte bladmuziek niet is toegestaan. Het “kopijrecht” is inmiddels een “echt” auteursrecht geworden en valt nu onder het exclusieve verveelvoudigings- of reproductierecht van de rechthebbende(n).  De artikelen 12, 13 en 16b lid 1 en 2 Auteurswet 1912 (Aw) vormen in hoofdzaak het wettelijke kader om de rechtmatigheid van het (her)gebruik van (delen van) gedrukte bladmuziek te beoordelen. Hoofdregel is dat voor de openbaarmaking (publicatie) en verveelvoudiging (reproductie) van gedrukte bladmuziek voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n) vereist is. Muziekuitgevers, tekstdichters en componisten kunnen rechthebbende(n) zijn op de liedteksten en/of muzieknotaties. Ik merk op dat (her)gebruik van bladmuziek niet onder het zogeheten wettelijk “reprorecht” valt maar gewoon onder de reikwijdte van het verbodsrecht van de rechthebbende(n). Dit is het gevolg van Europese regelgeving waarbij bladmuziek uitgezonderd werd[3]. Anders dan bij het (foto) kopiëren van andere werken, pleit het betalen van een billijke vergoeding (heffing) de gebruiker van bladmuziek dus niet automatisch vrij. Er is nog steeds toestemming nodig van de auteursrechthebbende(n).  

Grenzen aan de uitoefening van het auteursrecht
De wet kent een uitzondering op het verbodsrecht daar waar het gaat om (foto) kopiëren van enkele exemplaren van bladmuziek voor eigen oefening, studie of gebruik. Het gaat hier om eigen gebruik van kopieën door natuurlijke personen zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Een dergelijke “privé-kopie” is vrijgesteld van toestemming/heffing. Aanvullende voorwaarde met betrekking tot bladmuziek is wel dat het kopiëren – met uitzondering van reeds uitverkochte werken - beperkt blijft tot een klein gedeelte van het werk. Achtergrond van deze regeling is dat de normale exploitatie van het oorspronkelijke muziekwerk door de privé-kopie niet in gevaar mag komen[4].  Het auteursrecht is bovendien in duur beperkt en biedt naar Nederlands recht tot zeventig jaar na het overlijden van de maker van een werk juridische bescherming. Daarna is het afgelopen en valt een werk “vrij” in het publieke domein. Het (her)gebruik van bladmuziek heeft vaak betrekking op klassieke werken ten aanzien waarvan de auteursrechtelijke beschermingsduur reeds lang geleden is verstreken. Met uitzondering van bewerkingen, zijn deze klassieke werken dus “rechtenvrij” en staat het iedereen vrij de bijbehorende notenschriften te (her)gebruiken.      

Musicopy
De Veereniging van Muziekhandelaren- en uitgevers in Nederland (VMN), de Nederlandse Muziek Uitgevers Vereniging (NMUV), het Genootschap van Nederlandse componisten, de Vereniging van Letterkundigen / Vakbond van Schrijvers en de Professionele Auteurs Lichte Muziek (PALM) hebben in 1992 gezamenlijk aan de wieg gestaan van de oprichting van de het Platform Rechthebbenden Bladmuziek. In 1995 is dit platform opgegaan in de nieuw opgerichte Stichting Bladmuziek. Sinds een in 2000 doorgevoerde naamswijziging gaat deze stichting, mede vanwege de toenemende internationalisering, als Musicopy door het leven. Musicopy houdt zich in hoofdzaak bezig met het verstrekken van licenties aan gebruikers van bladmuziek en de incassering en repartitie van de op basis van deze licenties gegenereerde inkomsten. Het gaat hier onder andere om de leenrechtvergoedingen die worden betaald voor het uitlenen van liedteksten en muzieknotaties door de openbare bibliotheken als ook de vergoedingen voor het (foto) kopiëren van bladmuziek in onderwijsuitgaven en het afbeelden van (delen van) bladmuziek op internet of in (meezing) televisie uitzendingen. De inkomsten worden door Musicopy verdeeld onder de aangesloten muziekuitgevers. De tariefstelling van Musicopy is per gebruiksregeling op haar website[5] uitgewerkt. Zo kunnen koren voor het additioneel kopiëren van Musicopy een licentie krijgen tegen jaarlijkse betaling van een bedrag van euro 1,= per lid met een maximum van euro 12,50 voor de gehele vereniging. Orkesten betalen voor een licentie van Musicopy euro 2,= per lid en euro 25,= voor de gehele vereniging.  Musicopy wordt facilitair ondersteund door het Centrum voor Dienstverlening Auteurs- en Aanverwante Rechten (Cedar). Cedar is eveneens gelieerd aan Buma/Stemra. In vergelijking met Buma/Stemra is van belang te onderkennen dat Musicopy een privaatrechtelijk initiatief is en aldus géén wettelijke basis heeft en dus niet onder overheidstoezicht staat. Musicopy is een organisatie van vrijwillig collectief beheer en wordt vooralsnog niet gecontroleerd door het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA)[6]. Op de website van Musicopy is te lezen dat meer dan 200 muziekuitgevers rechtstreeks bij Musicopy zijn aangesloten. Deze uitgeverijen vertegenwoordigen op hun beurt weer talloze binnen- en buitenlandse uitgeverijen, als gevolg waarvan het totaal aantal direct en indirect aangeslotenen aanzienlijk is. Dit neemt niet weg dat Musicopy – anders dan bijvoorbeeld Buma/Stemra – gebruikers van bladmuziek niet kan garanderen dat het gehele wereldrepertoire[7] wordt vertegenwoordigd. Het risico blijft bestaan dat een gebruiker van bladmuziek met een licentie van Musicopy achteraf wordt aangesproken door een niet bij Musicopy aangesloten muziekuitgever, tekstdichter of componist.  

Bladmuziekpolitie
Begin juni 2007 heeft Musicopy haar tanden laten zien. Op haar website berichtte Musicopy dat bij diverse controles illegale bladmuziek was aangetroffen bij amateur muziekverenigingen. De betrokken gezelschappen zijn naar aanleiding hiervan door Musicopy gesommeerd om het vermeende inbreukmakend handelen te staken en om een schadevergoeding/boete van euro 500,= te betalen. De controles zijn anoniem door Musicopy uitgevoerd. Vier van de zes “bezochte” muziekgezelschappen - die nog niet in het bezit waren van een licentie van Musicopy - zouden zich schuldig hebben gemaakt aan illegaal handelen in de vorm van ongeautoriseerd reprografisch verveelvoudigen van bladmuziek. Musicopy maakte de betrokken vier (amateur) verenigingen het verwijt dat zij – ondanks de landelijke voorlichtingscampagne “Samen spelen, eerlijk delen” – tóch vals spelen door niet te betalen voor het (her)gebruik van bladmuziek. Met deze actie stond het relatief onbekende Musicopy ineens op de kaart van het collectieve rechtenbeheer. De Nederlandse bladmuziekpolitie leek geboren! Gebruikers van bladmuziek – waaronder veel amateurs - meenden op hun beurt geen kwaad in de zin te hebben gehad en voelden zich ten onrechte aangevallen door Musicopy. De rapen in het anders zo rustige “Nederland bladmuziekland[8]” waren gaar.  

Ministeriële bezorgdheid
Niet alleen de gebruikers waren not amused. Ook in Den Haag bleef het optreden van Musicopy niet onopgemerkt. De politiek sprak van een voor de amateurkunst intimiderende, illegale handelwijze van Musicopy[9]. Bij brief van 15 juni 2007[10] heeft de Minister van Justitie zijn bezorgdheid uitgesproken over de activiteiten van Musicopy. Volgens de Minister kan Musicopy geen boetes opleggen en bestaat voor muziekverenigingen géén informatieplicht jegens Musicopy. Hoewel Musicopy openbare uitvoeringen vrijwillig kan bijwonen en bij gebruikers navraag kan doen naar de status van de gebruikte bladmuziek, beschikt Musicopy niet over het recht tot binnentreden of over andere opsporingsbevoegdheden. Muziekgezelschappen hoeven aan “onderzoeken” van Musicopy dan ook geen medewerking te verlenen. Musicopy kan bij bewezen auteursrechtinbreuk alleen schadevergoeding vorderen indien en voor zover de hoogte hiervan in verhouding staat tot de hoogte van de feitelijk geleden schade. De door Musicopy gevorderde euro 500,= mist in dit verband iedere grondslag, aldus de Minister. Ook de civielrechtelijke vrijwaringsregeling van Musicopy voor het gebruik van “externe” muziekwerken waaraan Musicopy geen enkele bevoegdheid kan ontlenen, deugt niet in de ogen van de Minister. Op dit punt kan Musicopy gebruikers helemaal niets garanderen omdat de oorspronkelijk rechthebbenden hierover gaan. De Minister heeft verder nog bevestigd dat de kwestie van een auteursrechtelijke regeling voor amateurverenigingen op termijn in Europees verband in “Brussel” aan de orde zal worden gesteld.     

Maatregelen Musicopy
De hiervoor genoemde ministeriële kritiek is aanleiding geweest voor overleg tussen Musicopy en de Minister[11] en heeft uiteindelijk geresulteerd in de aankondiging van Musicopy van een pakket maatregelen om op korte termijn tot een aanvaardbare wijze van handhaving te komen. Het komt er samengevat op neer dat Musicopy ter voorkoming van misverstanden haar voorlichtingsinformatie op het punt van de additionele kopie nog eens op juistheid zal controleren en waar nodig zal aanpassen.  Verder is meer transparantie in de werkwijze beloofd, wordt de hoogte van de forfaitaire schadeclaims nog eens kritisch bekeken en zullen ten onrechte aan muziekverenigingen verstuurde sommaties opgeschort dan wel “vervangen” worden door uitnodigingen om alsnog een licentie overeenkomst te sluiten. In algemene zin heeft Musicopy nog aangegeven zich méér tot organisaties van muziekverenigingen te zullen richten om zo gecentraliseerde overeenkomsten te sluiten.  

Imagoprobleem Musicopy
Dát Musicopy met haar recente incasso activiteiten een imagoprobleem heeft gecreëerd, staat vast. Van een privaatrechtelijke organisatie die niet onder overheidstoezicht staat én bovendien aan gebruikers van bladmuziek qua repertoire géén honderd procent dekking kan garanderen, mag naar mijn mening een terughoudende opstelling verwacht worden daar waar het gaat om het aanschrijven van gebruikers. Dit geldt des te meer nu het hier voornamelijk gaat om (amateur) gebruikers van gedrukte liedteksten en muzieknotaties en niet om malafide handelaren in clandestiene bladmuziek.  De Haagse kritiek richt zich onder meer op het feit dat de transparantie en voorlichting van Musicopy ten opzichte van gebruikers te wensen overlaat. Over het gebrek aan transparantie bij collectieve rechtenorganisaties is al veel geschreven[12]. Recentelijk heeft MKB-Nederland in dit verband aan de alarmbel getrokken. MKB-Nederland komt na eigen onderzoek naar de beleving van auteursrechten door ondernemers tot de conclusie dat het kabinet een einde moet maken aan de “onduidelijke en inefficiënte manier” van innen van auteursrechten door meer dan twintig organisaties, waaronder ook Musicopy[13]. Onbekendheid met collectieve rechtenorganisaties en de heffingsgrondslagen wordt door MKB-Nederland aangevoerd als een oorzaak van het gevoel van onvrede bij ondernemend Nederland. Hier liggen wat mij betreft kansen voor bijvoorbeeld Musicopy om het geschonden imago op te vijzelen.       

Voor wat betreft de gebrekkige informatieverschaffing merk ik nog op dat het van alle tijden is dat onder gebruikers van (blad)muziek talloze misverstanden bestaan daar waar het gaat om auteursrechten en het gebruik van andermans muziekwerken. Er bestaat een latente en gezonde behoefte aan goede voorlichting over deze materie. Naar mijn mening staat of valt de algemene acceptatiegraad van collectief rechtenbeheer – meer in het bijzonder door Musicopy – met een correcte uitleg over de heffingsgrondslag. Let wel, het gaat hier niet om informatie over de verschillende categorieën gebruikers en de licenties die men als zodanig zou “moeten” verkrijgen. Ik doel op concrete parameters uit de (blad)muziekpraktijk aan de hand waarvan gebruikers zélf vast kunnen stellen of al dan niet betaald zou moeten worden voor het (additioneel) gebruik van (delen van) bepaalde gedrukte liedteksten en muzieknotaties. Dus óók informatie over de niet ondenkbare situatie waarbij een licentie van Musicopy overbodig is. Bijvoorbeeld omdat het materiaal rechtenvrij is of omdat het gebruik op grond van het auteursrecht gewoon is toegestaan. over de verschillende groepen gebruikers die tleg tregelen van Musicopy, is op dit punt direct een muziekgebre n niet auteursre           

Het is overigens de vraag of Musicopy écht lering heeft getrokken uit de storm van kritiek die naar aanleiding van haar incasso optreden afgelopen zomer is losgebarsten. Uit de door Musicopy aangekondigde maatregelen blijkt dat de reeds door Musicopy aangeschreven verenigingen nu éérst de kans krijgen om in overleg met Musicopy alsnog tot een regeling voor het additioneel gebruik van bladmuziek te komen. Dit lijkt op het eerste gezicht een stap in de goede richting. Wél moet dan vaststaan dat de betrokken verenigingen zich feitelijk schuldig hebben gemaakt aan auteursrechtinbreuk, dat deze inbreuk toerekenbaar is en dat als gevolg hiervan door de rechthebbende(n) schade is geleden. Deze schade beloopt volgens de Minister in elk geval géén euro 500,=. Of sprake is van inbreuk, zal van geval tot geval bekeken moeten worden en hangt niet alleen af van het feit óf een vereniging al dan niet een licentie van Musicopy heeft. Als Musicopy de exorbitant hoge schadebedragen nu tot inzet van het overleg maakt, zou “Nederland bladmuziekland” weer terug bij af zijn. Immers, in dat geval zullen de betrokken verenigingen met het mes op tafel in de gelegenheid gesteld (lees: gedwongen) worden om alsnog een Musicopy licentie te nemen. Zover hoeft het niet te komen als door Musicopy lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Grijp die tweede kans!

[1] Zie ook M.T.M. Koedooder e.a., Nieuwe Praktijkgids Artiest en Recht 2004/2005, p. 14, 182-183, Kluwer, 2004.[2] Zie ook L.J. Deuss, Groot en klein recht. Muziekauteursrecht: individueel of collectief beheer, p. 39, Walburg Pers, 2007.[3] En wel op basis van het bepaalde in artikel 5 lid 2 sub (a) van de Europese Richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG 2001,167).[4] Zie onder meer N. van Lingen, Auteursrecht in hoofdlijnen, p. 151, Wolters-Noordhoff, 6e druk, 2007.[5] www.cedar.nl/musicopy. [6] De Minister van Justitie heeft bij brief van 15 juni 2007 aan de Tweede Kamer laten weten dat er op het punt van verbreding en versterking van het overheidstoezicht op collectieve rechtenorganisaties een wettelijke aanscherping valt te verwachten. Daartoe is eind 2006 een wetsvoorstel ingediend dat naar verwachting dit najaar in behandeling zal worden genomen (Kamerstukken II 2006/07, 30 800 XIII, nr. 44). [7] Het “wereldrepertoire” komt neer op ongeveer 90% van de gangbare composities, zie ook Spoor, Verkade & Visser, Auteursrecht, p. 471, Kluwer, 3e druk, 2005.[8] Naar de titel van het bekende TV muziekprogramma “Nederland Muziekland” van Veronica uit de jaren ’80 van de vorige eeuw.[9] 30800 VI, nr. 121, Verslag van een algemeen overleg van 4 juli 2007 tussen de vaste commissie voor Justitie en de Minister van Justitie, vastgesteld op 7 augustus 2007.[10] 30800 VI/XVIII, nr. 96, Brief van de Minister van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 15 juni 2007.[11] 30800 VI, nr. 119, Brief van de Minister van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 12 juli 2007.[12] Zie onder meer K.J. Koelman, “Collectieve rechtenorganisaties en mededinging (deel I en II).”, AMI 2004/2-3, en “Op naar de Euro-Buma(s): De Aanbeveling van de Europese Commissie over grensoverschrijdend collectief rechtenbeheer.”, AMI 2005/6 en “Auteursrechtorganisaties onder vuur”, Het Financieele Dagblad (FD), augustus 2007.[13] Zie onder meer het rapport getiteld “Ondernemers hebben hun buik vol van auteursrechten(organisaties)” zoals in juli 2007 gepubliceerd op de website van MKB-Nederland (www.mkb.nl).