| Een kleine juridische kroniek van de elektronische muziek / Muziekwereld | Bjorn Schipper, 1-1-2011 |
Een willekeurige greep uit Nederlandse rechtszaken rondom dance
Om het succes van uit Nederland afkomstige dance muziek kan niemand meer heen. In binnen- en buitenland is dance muziek vandaag de dag leading. De populariteit van Nederlandse DJ’s, producers en events is ongekend. Kijk naar de groei van het jaarlijks terugkerende Amsterdam Dance Event (ADE), inmiddels zowat de belangrijkste conferentie en het grootste indoor festival op het gebied van elektronische muziek. Wie had dat kunnen denken toen housemuziek eind jaren ’80 van de vorige eeuw via Amerika en Ibiza voet aan Nederlandse wal zette? Toch is in de tussenliggende jaren op juridisch gebied het nodige gebeurd in de dance industrie. In deze bijdrage laat ik een aantal in het oog springende zaken waarin dance muziek direct of indirect centraal heeft gestaan, de revue passeren in de vorm van een kleine kroniek. Ik benadruk vooraf dat het een volstrekt willekeurige en vooral geen uitputtende kroniek betreft. Het gaat om zaken die op de een of andere manier mijn aandacht hebben getrokken. Vergunningsperikelen rondom de organisatie van dance evenementen laat ik buiten beschouwing. Portretrecht blijft echter niet onbesproken. Omdat vele kwesties achter de schermen minnelijk geregeld worden, de uitspraken van de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra niet gepubliceerd worden, en lang niet alle zaken externe aandacht hebben gekregen, kan het voorkomen dat kwesties waarvan de lezer denkt dat deze op zijn minst in deze kroniek thuishoren, niet in dit overzicht behandeld worden.
O Fortuna
Met de opkomst van dancemuziek ontstonden ook de eerste remixen van bestaande muziek in een elektronisch jasje. De erven van de Duitse componist Carl Orff brachten in 1992 met succes hun persoonlijkheidsrechten in stelling tegen platenlabel Red Bullet, verantwoordelijk voor de release van het nummer “O Fortuna” van Apotheosis. Het betrof een houseversie van het oorspronkelijke “O Fortuna” uit “Carmina Burana” van Orff. De rechter oordeelde dat nu originele stukken van Orff waren weggelaten en discoritme, paardengehinnik etc. waren toegevoegd, er geen sprake was van een geoorloofde parodie of klankcitaat maar van een aantasting van de persoonlijkheidsrechten[1].
Wastelandparty
Nieuwe Revue kreeg het in 1996 juridisch aan de stok met een vrouw die tijdens het feest Wasteland in een erotische pose gefotografeerd was, buiten op een speciale loopbrug tussen de twee clubs Richter en De Blitz in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat. De foto was in de zomer van 1995 zonder haar toestemming gemaakt en werd een half jaar later paginagroot gepubliceerd bij een artikel in Nieuwe Revue, getiteld “Sex. Het jaar waarin alles kan”. De rechter oordeelde de publicatie onrechtmatig wegens portretrechtinbreuk[2].
Thunderdome-box
Het Gerechtshof Amsterdam stelde in 1997 evenementenorganisator ID&T in het gelijk in een geding tegen filmmaker Van der Sar (Phase One). Laatstgenoemde had in opdracht van ID&T van 1994 tot 1996 in samenwerking met derden videoregistraties gemaakt van door ID&T georganiseerde houseparty’s. Toen ID&T in 1997 haar Thunderbome-box op de markt bracht – met daarin een compilatievideo met beeldmateriaal gemaakt door Van der Sar – kwam de vraag op wie auteursrechtelijk gezien rechthebbende was op het videomateriaal. De Voorzieningenrechter oordeelde dat ID&T als verantwoordelijke voor de totstandkoming en exploitatie van de video’s, de producent is van het beeldmateriaal. Nu ID&T het financiële en commerciële risico droeg, bezat zij de auteursrechten. Wel moest aan Van der Sar een billijke vergoeding worden betaald[3].
Discodanser iT
Een dansende bezoeker van de voormalig Amsterdamse club iT kreeg in 1997 gelijk van de rechter toen zijn portret ongevraagd op achterzijde van de Gay Krant gepubliceerd werd. De man in kwestie – hetero – had wel zijn medewerking verleend aan een advertentie van de iT met opschrift “Mooi bloot gezocht voor de Toplessparty”, maar wilde niet via de Gay Krant publiekelijk in verband gebracht worden met de homobeweging en homofeesten[4].
Fan van Laurent Garnier
Met de opkomst van internet ontstond eind jaren ’90 van de vorige eeuw een felle strijd over de registratie van populaire domeinnamen. Kaping van “andermans” domeinnaam was toen aan de orde van de dag. Cosmeticaproducent Labaratoire Garnier & Cie eiste in 2000 in kort geding de gekaapte domeinnaam garnier.nl terug met een beroep op haar handelsnaam- en merkrechten. De vermeende “kaper” kwam er echter mee weg door het verweer te voeren dat hij de domeinnaam garnier.nl wilde gaan gebruiken voor het opzetten van een website rondom de Franse techno producer en DJ Laurent Garnier en zijn muziek[5].
ID&T en T-Mobile
Toen ID&T in samenwerking met telecomaanbieder Telfort in november 2003 een merk lanceerde om speciale mobiele telefoonabonnementen genaamd “ID&T Mobile operated by Telfort” aan het dancepubliek te slijten, en daarbij ook nog eens de kleur magenta op haar website gebruikte, kreeg zij het aan de stok met T-Mobile. Waar de Voorzieningenrechter geen gevaar voor verwarring aanwezig achtte en de op merk- en handelsnaamrecht gebaseerde vorderingen van T-Mobile afwees, had T-Mobile bij het Gerechtshof Amsterdam meer succes. Gebruik van het bestanddeel “ID&T Mobile” voor telecomdiensten levert indirect verwarringsgevaar en daarmee merkinbreuk op, aldus het Gerechtshof[6].
De heuvel van Dance Valley
In 2004 maakte evenementenorganisator Dance Valley een juridisch punt van het gebruik van “dancehill” als naam voor een openlucht dancefestival. De Haagse Voorzieningenrechter stelde Dance Valley in het gelijk en oordeelde dat met het gebruik van “dancehill” voor de organisatie van een ééndaags openlucht festival met DJ’s en dancemuziek inbreuk maakte op het bekende Gemeenschapsmerk “Dance Valley”[7].
Chemistry en Escape
In een door evenementenorganisator Chemistry aangespannen zaak tegen hoofdstedelijke club Escape moest de Voorzieningenrechter zich buigen over de creatieve invulling van de donderdagavonden. Op 27 oktober 2004 besliste de rechter dat Chemistry verplicht was om in samenwerking met Escape een zo succesvol mogelijke avond neer te zetten, hetgeen erop neerkwam dat de door Chemistry gewenste programmawijziging geen doorgang kon vinden. De traditioneel op donderdag gehouden “Rush” clubavonden mochten niet zomaar plaatsmaken voor het nieuwe evenement genaamd “ID”[8].
Gratis premiums Tiësto
De Bredase Voorzieningenrechter moest in 2004 uitspraak doen over de uitleg van een contract tussen het bedrijf Mmore en het platenlabel van producer en DJ Tiësto, Black Hole Recordings. Het ging daarbij om de vraag of aan Mmore het recht zou zijn verleend tot het gratis weggeven van een verkorte DVD van “Tiësto in concert (take two) 2003” als premium bij haar producten. De rechter was van oordeel dat Mmore na einde overeenkomst niet meer gerechtigd was tot het als premium of anderszins weggeven van exemplaren van de DVD[9].
Premier Balkenende afgebeeld als pornoster
Evenementenorganisator Stichting Ex Porn Star Lounge trok in 2005 de stoute schoenen aan door op een flyer voor haar dance evenement genaamd Ex Porn Star onze toenmalige premier Jan Peter Balkenende in een erotische context af te beelden. Balkenende stapte naar de rechter en kreeg gelijk. De rechter oordeelde dat sprake was van portretrechtinbreuk en beval de evenementenorganisator om het portret van Balkenende op de aankondigingen onherkenbaar te maken[10].
De Indiase evenknie
In 2006 maakte Dance Valley bezwaar tegen het gebruik van de naam “Indian Valley” door de Stichting Interculturele Ontmoetingsmanifestatie Milan voor de organisatie van een dans- en muziekevenement dat werd gepresenteerd als de Indiase evenknie van het grote Dance Valley festival in Spaarnwoude. Ook hier kende de rechter het bekende merk “Dance Valley” bescherming tegen verwatering toe en verbood het gebruik van de naam “Indian Valley”[11].
Darkraver
Het zonder toestemming van hardcore DJ Darkraver registreren en te koop aanbieden van de domeinnaam darkraver.eu is in 2007 door de rechter inbreukmakend geoordeeld. De DJ kon na een belangenafweging van de rechter met succes een beroep doen op zijn merk- en handelsnaamrechten en daarmee de gekaapte domeinnaam in zijn bezit krijgen[12].
Jumpstyle optie
Vlak vóór Sinterklaas in 2007 probeerde het Belgische platenlabel IMP met een beroep op een haar contractueel verleend optierecht de release van het album van jumpstyle artiest Patrick Jumpen door het Nederlandse platenlabel Lower East Side Records tegen te gaan. De Voorzieningenrechter ging hier niet in mee en oordeelde dat aannemelijk was dat partijen al eerder – nadat IMP haar optierecht had ingeroepen – “in good faith” onderhandeld hadden over de voorwaarden waaronder een eventuele release door IMP van het album zou kunnen plaatsvinden, maar dat door partijen hierover geen overeenstemming was bereikt[13].
DJ Quintin versus Quintino
2008 was ook het jaar waarin juridisch slag werd geleverd tussen twee jonge talentvolle DJ’s over vermeend gelijkende artiestennamen. DJ Quintin stelde met een beroep op merk- en handelsnaamrechten in kort geding dat zijn “concullega” Quintino het gebruik van de naam “Quintino” zou moeten staken. De Rotterdamse Voorzieningenrechter oordeelde echter dat de naam Quintino auditief en visueel gezien niet overeenstemmend was met het beeldmerk “DJ Quintin”, dat bij het specifieke dancepubliek geen verwarringsgevaar te duchten was, redenen waarom geen sprake was van inbreuk op merk- of handelsnaamrechten[14].
Wachten op Peter Gelderblom
DJ en producer Peter Gelderblom – bekend van onder andere de bewerking van “Waiting 4” van de Red Hot Chili Peppers – is in 2008 in een door muziekuitgever High Fashion Music aangespannen procedure door de Amsterdamse Voorzieningenrechter veroordeeld tot het ondertekenen van een aantal akten tot overdracht van muziekuitgaverechten op een aantal werken[15]. De rechter oordeelde dat nu de reeds betaalde voorschotten nog niet waren ingelopen, de overeenkomst niet als geëindigd kon worden beschouwd. Met als gevolg dat Gelderblom moest meewerken aan de rechtenoverdracht.
Bluetiek-in feesten
Op 18 maart 2009 deed de Rotterdamse Voorzieningenrechter uitspraak in een zaak over het nieuw leven inblazen van de organisatie van de befaamde Bluetiek-in feesten. Centraal stond de vraag wie nu precies rechthebbende was op het merk en het concept “Bluetiek-in”. De rechter oordeelde dat in kort geding niet voldoende vast was komen te staan dat Stichting Clubswing Entertainment en Media de eerste (voor)gebruiker van het merk was, onder meer omdat het onderliggende concept voor het evenement onvoldoende uit de verf kwam. Baja Beachclub kon daarmee het gebruik van het merk “Bluetiek-in” ongestoord voortzetten[16].
Maandagmerk
De intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot het succesvolle evenement MONDAY, iedere maandag georganiseerd in de hoofdstedelijke Supperclub, stonden centraal in een door een DJ aangespannen zaak tegen de organisatoren van het evenement. Nadat de samenwerking tussen de DJ en de organisatie verbroken was, claimde de DJ het eigendom op de merknaam en het onderliggende evenementenconcept als ook een deel van de met MONDAY gegenereerde opbrengsten. De Amsterdamse Rechtbank verwierp echter de claims van de DJ en verbood haar nog langer inbreuk te maken op de merkrechten van de organisatie op de naam/het logo MONDAY. Ook mocht de DJ geen negatieve berichten (meer) uiten over het evenement MONDAY en geen potentiële klanten (meer) weghouden bij MONDAY[17].
VCP: elektronisch muziekplagiaat
Naast een “gewone” juridische procedure bij de Rechtbank kunnen muziekauteurs wegens auteursrechtinbreuk – ook wel muziekplagiaat genoemd - ook een klacht indienen bij de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra[18]. Het zal niet verbazen dat – mede gelet op dat sampling[19] tot het standaard gereedschap van dance producers en DJ’s behoort - óók elektronische muziek bij de VCP met enige regelmatig voorwerp van geschillen over muziekplagiaat is geweest. In een zaak over vermeende overname van een karakteristieke melodielijn (“gimmick”) in een dancenummer stelde de VCP de klagende DJ in het gelijk. Het bij herhaling overnemen van de bewuste melodie als meest belangrijke muzikale element was niet geoorloofd[20]. In 2002 oordeelde de VCP dat het effect van een dichterbij komende en een zich verwijderende drumband in combinatie met toe- en afnemend geluidsvolume, een originele vondst was. Het overnemen van deze vondst tezamen met andere muzikale elementen werd door de VCP niet geoorloofd geacht. Het hielp daarbij dat de klagende partij technisch kon aantonen dat zijn basgeluid door middel van sampling was overgenomen in het beklaagde muziekwerk[21]. Slotsom: dancemuziek is in de afgelopen tientallen jaren uitgegroeid tot een niet meer weg te denken muziekgenre, ook in de rechtspraak.
[1] Vzr. Rb. Amsterdam, 24 februari 1992, IER 1992/38 (Carmina Burana/O Fortuna).[2] Rb. Amsterdam 10 juli 1996, Mediaforum 1996-10, p. B136-B138 (Wastelandparty).[3] Vzr. Rb. Haarlem 8 april 1997, Hof Amsterdam 21 augustus 1997, AMI 1999/5, p. 80-83 (ID&T/Van der Sar).[4] HR 2 mei 1997, NJ 1997, 661 (Discodanser M.).[5] Vzr. Rb. Amsterdam 12 oktober 2000, IER 2001/5 (Labaratoire Garnier & Cie/Roos).[6] Hof Amsterdam 30 september 2004, IER 2005/10, p. 41-43 (T-Mobile/ID&T).[7] Vzr. Rb. Den Haag 30 januari 2004, LJN: AO3985 (Dance Valley/Stichting).[8] Vzr. Rb. Amsterdam 27 oktober 2004, LJN: AR5207 (Chemistry/Escape).[9] Vzr. Rb. Breda 25 november 2004, LJN: AR6452 (ID&T, Black Hole Recordings/Mmore, Magix Entertainment).[10] Vzr. Rb. Amsterdam 6 oktober 2004, LJN: AR3419 (Stichting Ex Porn Star Lounge/Balkenende).[11] Vzr. Rb. Den Haag 29 juli 2005, rolnummer KG/05/953 (Dance Valley cs./Stichting IOM cs.).[12] Vzr. Rb. Groningen 20 april 2007, LJN: BA3456 (Steve Sweet Holding/Gedaagde).[13] Vzr. Rb. Amsterdam 13 december 2007, rolnummer 385102/ KG ZA 07-2288 (IMP/LESR).[14] Vzr. Rb. Rotterdam 22 mei 2008, rolnummer 304753/KG ZA 08-290 (Beekman/Van den Berg).[15] Vzr. Rb. Amsterdam 10 juli 2008, rolnummer 398860/KG-ZA 08-993 (High Fashion Music/Gelderblom).[16] Vzr. Rb. Rotterdam 18 maart 2009, rolnummer 325681/KG-ZA 09-195 (Stichting Clubswing Entertainment en Media cs../Baja Beach Club Beta cs.).[17] Rb. Amsterdam 21 april 2010, rolnummer 422261/ HA ZA 09-844 (DJ/Organisator).[18] Zie ook P.R.C. Solleveld, “Plagiaat in de muziek” in T. Pronk e.a., Klankrechtwijzer: muziek en recht, p. 133-142, alsmede O. Meijer, “Als de maat vol is: de Vaste Commissie Plagiaat”, AMI 2004/2, p. 51-59. Indien een muziekauteur van mening is dat zijn muziekwerk gehele of gedeeltelijke gelijkenis vertoont met het jongere muziekwerk van een ander en zonder dat hij daarbij als auteur van het oorspronkelijke muziekwerk gekend wordt, kan hij een klacht indienen bij de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra.[19] Zie onder meer B.H.M. Schipper, ‘De kunst van het clearen. Het verkrijgen van toestemming voor het gebruik van samples’, Muziekwereld 2007/4, pp. 37-40, tevens online gepubliceerd op Boek 9 (B9 5336).[20] VCP zaak 139: Blue Fear/Like this like that, 6 maart 2002.[21] VCP zaak 137: 20Hz/Die Blechtrommel, 27 juni 2002.

