| Children of an absent God / Spits | Sander Dikhoff *, 11-3-2010 |
Een beetje van slag ben ik wel. Van de priesters, paters, pastors, monniken ….. en nonnen die hun handen niet thuis hebben gehouden.
Kijk, dat er een verschil bestaat tussen de vrome buitenkant en de ware mens onder de pij, dat verbaast me niet. Geestelijken zijn ook maar gewoon mensen van vlees en bloed. En iedereen doet zich wel eens beter voor dan hij of zij is. Maar hier is het verschil wel heel groot. De uit geloof geboren goedheid blijkt bij sommigen bittere slechtheid. Hoe veel harder kun je in het ethisch spectrum slingeren van ene naar andere zijde.
Hebt u het artikel gisteren gelezen in de Telegraaf over de praktijken van een aantal nonnen? Daaruit blijkt seksueel misbruik, publieke vernedering en lijfstraffen. Stelselmatig. En dat bij kleine kinderen die om welke reden dan ook niet in de gelukkige omstandigheid zijn met hun ouders op te groeien.
Kinderen die voor straf naakt in de sneeuw worden gezet of in een kelder met ratten. Kinderen die hun eigen kots moeten opeten of in een ijskoud bad kopje onder worden gehouden. Kinderen die met hun hand onder de rokken van de nonnen worden gedwongen of moeten toestaan dat zij tot bloedens toe worden misbruikt.
Weet u, ik snáp het gewoon niet. Een kind dat aan jouw goedheid is overgeleverd op die manier pijn doen of vernederen, dat druist toch in tegen al je gevoel? Dat zit in je genen of niet, geen heilig boek voor nodig.
Het schijnt dat nonnen een kloostergelofte afleggen van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid. Dat komt nu in een heel ander perspectief. Emotionele armoede misschien. Hooguit gehoorzaam aan de eigen lusten en frustraties. En met zuiverheid zal toch meer bedoeld worden dan je handen wassen na seks met een klein kind.
De deugd in het leven zit ‘m niet in het braaf afwerken van symbolische formaliteiten zoals kerkgang, hostie en gebed. Die schone schijn heeft helemaal niets te maken met de echte wereld.
Misschien moeten we wel gewoon af van de sektarische leefomgeving van kloosters en abdijen. Of laat hen, mits in alle opzichten ver van de maatschappij. Als we dan maar wel voortaan onze kinderen en al wat ons dierbaar is dicht bij ons houden, weg van die verdoemde vroomheid.

